Over mij

Mijn foto
Columnist Dagblad van het Noorden. Schrijver. Mailen kan op: rosa@rosatimmer.nl

woensdag 7 september 2011

Kokosmat


Hij kuste me in mijn nek, Hij ruikt naar mannengeur onder zijn oksel. Ik word een beetje geil maar dat leuke plan gaat hem niet worden: ik heb me niet geschoren.

Dat heeft een reden. Het is een ex. Als het me niet verstandig lijkt om met iemand tussen de lakens te belanden (bijvoorbeeld omdat ik nu een vriend heb) heb ik daar trucjes voor. Zoals een ander ervoor zorgt dat ie niet te dronken wordt in de buurt van een ex, zo zorg ik ervoor dat ik compleet ongeschoren ben als er zich een aantrekkelijke ex in een straal van 1 km bevindt. Noem het een preventieve maatregel, schaamhaar is voor mij de garantie dat ik geen seks ga hebben.

Ik ben zo obsessief met scheren dat ik mezelf al meerdere malen op niet mis te verstane wijze gesneden heb in de schaamstreek. Ik moest al eens een hechting halen voor mijn venusheuvel, schaamlippen en de clitoris. Van dat niveau dus.

Een vriendin heeft dit probleem helemaal niet, zij scheert zich nooit. In haar badkamer heeft ze trouwens wel een Venus Vibrance liggen die ze veelvuldig gebruikt. maar, zo vertrouwde ze me laatste toe, ze is nog steeds benieuwd of ie ook goed scheert. Venus Vibrance krijgt ineens een hele nieuwe betekenis.

Enfin, deze vriendin komt ook regelmatig exen tegen en ligt dan gewoon diezelfde avond in vol ornaat met kokosmat te genieten van een avontuurtje. Zo kan het dus ook. Het is een vrijheid die mij niet gegeven is. Ik ben al bang dat ik het verkeerde vormpje heb gemaakt voor de man in kwestie.

Mijn angst gaat zo ver dat ik al tijdens de eerste ontmoeting onderzoek waar die iemand op schaamgebied van houdt.

De formule is vrij simpel, heb ik uitgevonden. Heeft hij een kale kop, dan moet je kutje kaal zijn. Dat is de regel. Is hij heel erg modieus gekleed met een Ray Ban zonnebril een v-hals en een skinny jeans, dan moet je gaan voor een miniministreepje van 2 millimeter breed. Dat soort types vindt zichzelf namelijk te hip voor een compleet kale pruim want en ik quote ‘dan voelen ze zich pedofiel’ maar zijn ook te preuts voor een volle bos. Een excuusstreepje dus. Over het algemeen geldt ook: hoe meer rasta de man op zijn kop is, hoe dichter hij bij de natuur is en jouw natuur kan verdragen. Een glorieuze, volle bos is voor hem geen probleem.

Het spel andersom is nog intrigerender. Want doet een vrouw mee met de trend van de porno, een man doet precies wat hij wil.

Pas als je zijn broek uitdoet zul je weten hoe hij echt in elkaar steekt. Want als hij een ongetrimde bush heeft, dan zit je goed. Je hebt een normale man uitgekozen. Heeft hij zijn schaamstreek gewoon een beetje bijgeknipt dan heeft hij dat waarschijnlijk van zijn vorige relatie geleerd en kun je rekenen op een goed trainbare man. In het verschiet liggen bijvoorbeeld: een ontbijt op bed en gestreken kleren.

De ergsten zijn de mannen die helemaal glad zijn geschoren. Ze zijn uitermate ijdel met hun pik en zullen je gegarandeerd vragen aparte dingen met ze te doen. Gladgeschoren betekent: deepthroaten en anaal. Maar ze zijn ook kleinzerig. Een keer kwamen mijn allerliefste kies heel zachtjes bij het pijpen tegen zijn eikel aan. Hij trok zich meteen terug. Want: straks komt er nog een striem op. Ik snapte het, deze man gaat het nooit met me doen als ik ongesteld ben, ongewassen ben of god verhoede twee dagen niet geschoren. Ik dumpte hem direct.

Want ook al scheer ik me als ware het een obsessie, ik moet wel de gedachte hebben dat mijn man er tegen kan als het niet gebeurd is. Ik vind dat je verkering je rauw moet lusten, geschoren of niet.

Mannen zullen neuken, of ze zelf nou ongewassen en ongeschoren zijn of drie soa’s hebben. Er is zelfs een man geweest die mij probeerde te overtuigen om seks te hebben terwijl zijn antibioticapillen nog op tafel lagen. Fris.

Maar voor vrouwen ligt het anders. Mijn beharing beschermt mij tegen elk spontaan avontuurtje. De ex van die ene avond streelde zachtjes over mijn buik toen ik zei dat ik weg moest gaan. Ineens zat zijn hand in mijn broek en glommen zijn ogen. Mijn remmingen vielen weg. En het werd de nacht van mijn leven. Daar kon geen Venus Vibrance tegenop.


Deze column heb ik eerder in iets andere versie voorgelezen tijdens het LetsBeOpen Festival, Grote Schaamhaarshow in Amsterdam. www.letsbeopen.nl

Buren


Mijn bovenbuurman praat niet tegen mij. Al drie jaar niet. Met gebogen hoofd loopt hij langs mijn raam, laat zijn pakketjes bij de andere buur bezorgen en zelfs op straat keert hij rigoureus om als ik hem tegemoet loop. Alles om mij niet te hoeven groeten.

Ik geef toe, ik heb de jongen het eerste jaar de stuipen op het lijf gejaagd. Vriendin Mandy kwam destijds regelmatig langs om I will always love you te zingen. Met haar volume en bijkomende toondoofheid moet dat om twee uur ’s nachts geen pretje zijn geweest. Maar goed, klagen deed hij ook niet. Ik vraag me af of hij überhaupt oren heeft.

Iemand anders, helemaal geen buurvrouw en zelfs geen dorpsgenoot, komt wel graag langs om te zeuren. Compleet uit het niets staat ze op mijn drempel te vertellen over haar ‘chronische blaasontstekings’ en de vorige bewoonster van mijn huis. Let wel, dat begon pas toen die vrouw dood was. “Krijg jij nog post voor haar?”, vraagt ze telkens.

Ik denk aan de envelop op de deurmat: “U hebt nog vijf dagen” zei de Postcode Loterij in dreigende rode letters. “Was het maar waar, mevrouw is overleden”, heb ik daarop gezet. Retour afzender.

Haar lievelingsonderwerp is de boom die in mijn tuin staat. Ze is er allergisch voor. Ik snapte niet goed wat haar dat aangaat, aangezien ze niet eens in dezelfde buurt woont, tot ik op een ochtend mijn huis uitstapte. Ik zag de blaasontstekingsvrouw met mijn bovenbuurman smiespelen. Ze schrokken zich rot toen ze mij zagen en hielden op met praten.

Het was te laat, ik had het gehoord. Buurman tegen vrouw: “Ik word er gewoon zo naar van, die lelijke boom in mijn uitzicht.” Ze knikte instemmend. “Ik werk eraan.”

Ik weet genoeg. Die boom blijft staan tot de bovenbuurman mij groet. En als hij dat over een maand nog niet heeft gedaan, plant ik er een extra boom bij. Mietje.

woensdag 20 juli 2011

Smash


Wij gaan badmintonnen!” Ik word opgeschrikt uit mijn vreetbui van chips, chocola en salmiakballen. Vriend heeft aandacht nodig.

Terwijl we vriendelijk de shuttle overslaan -hij vindt het heuse rally maar dat heb je met amateurs- komen bij mij herinneringen boven. Ik ontmoette mijn eerste liefde tijdens badmintonles.

Martin was de allerbeste badmintonner van de groep. Hij had zijn haar geblondeerd net als Eminem, ernstige acné en was een paar onsjes te zwaar. Ik was op slag verliefd.
Mijn nieuwe dagboek schreef ik binnen een week vol. Over hoe hij me aankeek, groette en -letterlijke quote- 'ik bijna zeker wist dat hij me herkende van de vorige keer.' Pagina's met gezwijmel, foto's en in overweging genomen versiertactieken: “Misschien moet ik hem onverwacht keihard op de bek pakken.”

Ik kreeg steeds meer aandacht van Martin. Een wonder, dacht ik.

Na een tijd kregen we via sms verkering. Mijn eerste date met hem volgde en daarna ging het snel: de eerste zoen, de eerste telefoonrekening van honderd euro en mijn eerste ervaring met een borderliner. Het fijne: altijd als Martin van plan was zijn polsen of beenaders door te snijden, belde hij van tevoren op. Zodat ik kon komen kijken. Attent.

Tijdens de zesde keer in het bloederige ritueeltje floepte ik eruit: “Dat hakken in je been is toch best zonde van die dure Gilette scheermesjes.” Ik kon per direct vertrekken. Het was uit.

Het was de eerste keer dat er met mijn hart gesmasht werd.

Vriend laat de shuttle weer eens op de grond vallen en dat terwijl ik hem zachtjes en in een prachtige lob naar hem toe sloeg. Nee, badmintonnen kan-ie echt niet. Maar hij scheert elektrisch, dat dan weer wel.

Taboe

Foto: Corné Sparidaens

Ik begin een beetje op het bed te wiebelen. Mijn vriend kijkt me aan en glimlacht. Hij wiebelt ook op en neer. We kijken samen naar de beddenverkoper.
“Is dit bed een beetje geschikt voor een jong koppel?” vraag ik.

De verkoper loopt rood aan. Hij kijkt naar me alsof het een krankzinnige vraag is, maar ik meen het. Ik moet een stevig bed hebben, vriend en ik zijn immers nog geen jaar bij elkaar.
De verkoper herpakt zich: “Nou, je rolt niet naar elkaar toe als je op koudschuim ligt. Dat kan een voordeel zijn.”
“Maar wat als je juist wel graag naar elkaar rolt?” Ik probeer nog enig eufemisme te betrachten.
“Dan moet je een pocketveer nemen.” Vriend gaat op zijn knieën op het verende matras zitten en zakt er meteen tien centimeter in weg. Ik zie het aan zijn gezicht. Dít gaat hem niet worden. Wat is dan het beste voor doggystyle? Er zijn matrassen waarvan je na drie minuten geschaafde knietjes hebt, dat wil een mens toch van tevoren weten? Raar dat je nooit iets over seks mag vragen aan de beddenverkoper.

Er zouden labels moeten zijn om deze informatiebehoefte discreet te vervullen. Ik stel voor: verliefd koppel. Het betreft een stevig en soepel bed betreft met minder slaapcomfort, want dat komt er toch niet van. Tweede label: vaste relatie. Bed dat tegen ‘een stootje’ kan mét slaapmogelijkheden. Het derde label bestaat al: senior. Een bed om in te slapen. “Dat hebben wij niet nodig,” grinnik ik.

De verkoper rekent even later een matras categorie verliefde stellen met ons af. Maar als wij hand in hand de deur uitlopen, kan hij het toch niet laten en roept: “Wacht maar. Senior, dat word je vanzelf.”

maandag 30 mei 2011

Heimelijk Genoegen



De laatste tijd zie ik eruit als een voetbalvrouw. Dat mijn vriend niet dichter bij sporten komt dan wekelijks in het stadion te zitten, maakt daarvoor niet uit. Mijn gezicht hemels opgemaakt, mijn nagels die ik vroeger met vingerkootje en al eraf beet, zijn nu keurig verzorgd en mijn haar is altijd nét geknipt en geverfd.

Dat komt door Angela. Mijn lieve, ondeugende en stoere vriendin van de basisschool. Ik woon sinds kort naast haar kapsalon.

Angela is de enige kapster in de wereld die van lang haar houdt. Ze is een verademing tussen alle satanisch lachende kappers die telkens meer afknippen dan je wilt. Kwam ik vroeger nog regelmatig huilend thuis met een boblijn als ik had gezegd: “Alleen de puntjes alstublieft”, bij Angela zal me dat niet overkomen. Maar dat is niet het enige waar klanten haar om adoreren: ze ziet eruit als een godin. Superslank, felgroene ogen en lange, weelderige bruine krullen. Vaak als ik langskom zit er één of andere aanbidder te kwijlen boven zijn kopje koffie. “Zullen we maar even gaan knippen?”, vraagt Angela subtiel. “Nee, ik kom alleen maar gezellig langs”, zegt de stumper.

Drie keer per week is er een heel eigenaardig buitenlands meisje dat vooraf tegen haar zegt: “Don’t talk to me.” Angela mag haar niet eens vragen hoe ze haar haar graag wil hebben. Ze zit met de ogen dicht te genieten van de aanrakingen van Angela’s handen.

Ik was de laatste tijd zo vaak weg dat mijn vriend zich begon af te vragen waar ik aldoor uithing. Ik dacht aan Angela, haar uitstraling, magische handen en vele aanbidders. Met een rood hoofd zei ik: “Ik ben hard aan het studeren.” Laat hem maar lekker in het stadion blijven.

www.studioangela.nl

@angelaalam

woensdag 4 mei 2011

Dode Mensen


Wie zonder waarschuwing in mijn agenda kijkt, zal schrikken. Ik heb nogal een luguber ogend programmapunt dat ik aanduid als: dode mensen. Maandag 0,5 dode mensen, Woensdag 3 dode mensen en vrijdag 2 dode mensen. Het is niet dat ik de lijken van het nieuws tel, al had dat met mijn ziekelijke nieuwsgierigheid ook best gekund, het zijn de uren die ik werk in de palliatieve zorg. Dat is alle zorg rondom het sterven. Ik vul sites met teksten die over palliatieve sedatie gaan, pijnbestrijding, rouwverwerking en nog veel meer. Ik vind het interessant om in een andere wereld te stappen. CIZ-indicatie, de health buddy en subcutane medicatie, ik leer er een schat aan nieuwe woorden. Maar het allerleukst vind ik mijn baas. Alles draait bij haar om zo min mogelijk tijdverspilling.

Ze scheurt met 100 over de snelweg waar 80 mag. Want “die paar flitsbonnen per jaar kosten me minder dan mijn tijd me waard is.” Die filosofie volgt ze in alles: als een gesprek afgelopen is, loopt ze prompt naar de deur en zegt ze: “ik gooi je eruit” en tijdens een landelijk werkoverleg roept ze gerust net iets te hard: “dit is niet efficiënt, we gaan.” Prachtig vind ik dat. Al word ik vreselijk wagenziek van haar rijstijl, ze drukt om de vier seconden het gas opnieuw in en gaat zonder gene wild over een doorgetrokken streep, de gesprekken in de auto zijn geweldig. Onze vragen variëren van: wanneer is een leven afgerond? Tot, wie mag er niet op jouw begrafenis komen?

Na 2,5 jaar moest ik een keuze maken: of studeren, of dode mensen. Met lood in mijn schoenen ging ik naar mijn baas. Recht door zee als ze is, begon ze al voor ik iets had gezegd met: “Wat nou, schei je ermee uit?” “Ja”, zei ik zachtjes. Voor het eerst gooide ze me er niet meteen uit. Ze roerde in haar kopje en zei alleen maar: “Jeetje, dat is een boeiend probleem.”

Loes


Het begon zo: ik was een eenling. Thuis, op straat en vooral op school. Ik had vriendinnen maar eigenlijk hoorde ik nergens bij. Tot op een dag een blond, roze meisje druipend uit de douche bij de schoolgymzaal kwam lopen. “Mag ik jouw handdoek lenen?” vroeg ze. Dat mocht wel, in ruil voor dat ze mijn beste vriendin zou worden. Een echte. Want die kon ik wel gebruiken. De deal was gesloten.

Het bleek een schot in de roos. Loes en ik deden direct alles samen. Dansjes verzinnen waarmee we onszelf voor lul zetten op school, leuke jongens stalken die niks van ons wilden weten, squashen tegen de kerk aan, mensen de weg vragen in het Engels en heel veel snoep kopen. Niemand snapte ons.

We snapten elkaar zelfs even niet meer. Haar moeder overleed toen we net twee maanden als verse studenten samenwoonden. Een groot verdriet werd zich van haar meester. Nooit heb ik iemand zoveel pijn zien lijden en nooit wil ik dat weer zien. Haar snikken door de gipswand tussen onze kamers gingen rechtstreeks naar mijn hart. Na twee jaar ging het niet meer en vertrok ik. Ondanks het dramatische verlies van haar moeder maakte ze haar studie af en is ze nu een trotse, volwassen vrouw. De jongens die vroeger niks van ons wilden weten, lopen nu kwijlend achter ons aan. De meiden die ons lelijk en stom vonden, zien we nog weleens met kinderwagens en een monsterlijke vent door de stad lopen.

Het mooiste: vijftien jaar later zijn we nog altijd beste vriendinnen. Het ergste hebben we al overleefd. Onze grootste uitdaging is nu alleen nog om elkaar in elke levensfase terug te vinden. Al is het maar in een vochtige kleedkamer. Want ik ben nooit als eenling geboren. Wij zijn op de wereld gezet om samen te zijn.