Over mij

Mijn foto
Columnist Dagblad van het Noorden. Schrijver. Mailen kan op: rosa@rosatimmer.nl

dinsdag 13 maart 2012

Doe-het-zelf-makelaar


“En dit is dus de keuken”, ik wijs trots naar mijn zelfbetaalde fornuis. De kijker kan zijn afkeurende blik niet verbergen als hij de aangekoekte plak ziet. “Ja,” antwoordt hij onhoorbaar. Ondertussen ben ik bang dat de muis nieuwsgierig wordt en sta ik angstvallig hard te stampen. “Het is een mooie houten vloer hè”, zeg ik er maar bij.

Hij moet minstens denken dat ik ADHD heb tegen de tijd dat ik hem de schuur laat zien. Ik zwaai ramen open “ook nog frisse lucht, fijn toch?”, trek overenthousiast aan de wc-hendel “kijk hij spoelt door!” en ga semi-ontspannen in de tuinstoel liggen “heeeerlijk.” Hij fronst een beetje en kijkt me cynisch aan: “Je weet dat het regent?”

Nee, de makelaarsrol is me niet echt op het lijf geschreven. Zodra de mogelijke huurder een geïnteresseerd begint te raken, zeg ik iets achterlijks. Iets als: “Natuurlijk is het wel duur”, waarna de kijker diep in zijn ziel voelt dat het waar is. En laatst had ik helemaal een dieptepunt in mijn verkooptechnieken. Er kwam een betrouwbare jongen langs die dolenthousiast na een paar minuten zei: “Ik neem het!” Het enige dat ik kon uitbrengen: “Weet je het zeker?” Wel heb je ooit zoiets doms gehoord van iemand die een huis probeert te verhuren?

Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan. Joost mag weten waarom ik hersens heb gekregen, ik gebruik ze op cruciale momenten toch niet.

Ondanks mijn slechte verhuurtactiek is het nu gelukt. Er hangen andere gordijnen voor het raam en er staan mannenschoenen in de gang. Er zijn feestjes waar de buren over kunnen klagen en waarbij mensen opnieuw met zijn achttienen op het bed eindigen. Heel veel is er op die plek dus niet veranderd. Maar ik? Ik heb alles achtergelaten voor een nieuw begin. En dat dát echt is wat ik wil, moet ik nu alleen nog even aan mezelf verkopen.

zaterdag 26 november 2011

G-Heugen

“Alles wat jij doet is indrukwekkend.”

Ik slik. Hoe ben ik hier terechtgekomen? Oh ja, ik tikte het woord ‘agenda’ in op mijn zoekfunctie in gmail omdat ik naar een vergadering moest. Ineens staar ik naar een scherm met honderden liefdesmails.
Lenny was een kortstondige liefde. Maar als ik het zo lees hebben we de sterren van de hemel bemind.
“Ik voel vlinders verbaas me over hoe goddelijk mooi je bent. Wanneer zie ik je, heb je nog een gaatje in je agenda?”

Dat soort teksten. In werkelijkheid heb ik twee keer met de jongen afgesproken maar na twintig mails staan de tranen me in de ogen. Toch een beetje onhandig want ik zit op kantoor. En eigenlijk was ik op zoek naar de agendapunten van een bespreking.

Het overkomt me vaker met de moderne technieken. Ik ga door mijn sms’jes omdat ik het nummer van mijn baas zoek en plots staat daar een sexy berichtje van een ex-vriendje, een ruziedialoog met een vriendin of dreigende taal van studiegenoten. Vroeger raakten we liefdesbrieven, emotionele vriendschapsberichten en oorlogsverklaringen gewoon kwijt. Of stopten we ze in een liefdesdoos ergens op zolder. Nu word je zonder enige waarschuwing met diepe emoties uit het verleden geconfronteerd. Alleen maar omdat Gmail zo belachelijk veel opslagruimte heeft en onze telefoons 20.000 berichten kunnen bewaren.

Of wij die obsessieve bewaardrift wel leuk vinden, is ons nooit gevraagd.

Dat ons brein niet alles onthoudt heeft goede redenen. We maken herinneringen mooier, halen de scherpe kanten ervan af of vergeten zelfs hele gebeurtenissen. Daardoor kunnen we bijvoorbeeld een tweede studie beginnen en verhuizen en opnieuw verliefd worden na liefdesverdriet. Ons bestaan hangt er zelfs vanaf: een vrouw die de pijn van haar bevalling zou onthouden, zal nooit meer een nieuw kind willen.
Vergeten heeft dus wel degelijk een belangrijke functie en Gmail respecteert dat niet.
Ik vink de liefdesbrief aan en druk op ‘verwijderen’. Opluchting maakt zich van mij meester.
Nog maar 2653 mails te gaan.

woensdag 20 juli 2011

Taboe

Foto: Corné Sparidaens

Ik begin een beetje op het bed te wiebelen. Mijn vriend kijkt me aan en glimlacht. Hij wiebelt ook op en neer. We kijken samen naar de beddenverkoper.
“Is dit bed een beetje geschikt voor een jong koppel?” vraag ik.

De verkoper loopt rood aan. Hij kijkt naar me alsof het een krankzinnige vraag is, maar ik meen het. Ik moet een stevig bed hebben, vriend en ik zijn immers nog geen jaar bij elkaar.
De verkoper herpakt zich: “Nou, je rolt niet naar elkaar toe als je op koudschuim ligt. Dat kan een voordeel zijn.”
“Maar wat als je juist wel graag naar elkaar rolt?” Ik probeer nog enig eufemisme te betrachten.
“Dan moet je een pocketveer nemen.” Vriend gaat op zijn knieën op het verende matras zitten en zakt er meteen tien centimeter in weg. Ik zie het aan zijn gezicht. Dít gaat hem niet worden. Wat is dan het beste voor doggystyle? Er zijn matrassen waarvan je na drie minuten geschaafde knietjes hebt, dat wil een mens toch van tevoren weten? Raar dat je nooit iets over seks mag vragen aan de beddenverkoper.

Er zouden labels moeten zijn om deze informatiebehoefte discreet te vervullen. Ik stel voor: verliefd koppel. Het betreft een stevig en soepel bed betreft met minder slaapcomfort, want dat komt er toch niet van. Tweede label: vaste relatie. Bed dat tegen ‘een stootje’ kan mét slaapmogelijkheden. Het derde label bestaat al: senior. Een bed om in te slapen. “Dat hebben wij niet nodig,” grinnik ik.

De verkoper rekent even later een matras categorie verliefde stellen met ons af. Maar als wij hand in hand de deur uitlopen, kan hij het toch niet laten en roept: “Wacht maar. Senior, dat word je vanzelf.”

maandag 30 mei 2011

Heimelijk Genoegen



De laatste tijd zie ik eruit als een voetbalvrouw. Dat mijn vriend niet dichter bij sporten komt dan wekelijks in het stadion te zitten, maakt daarvoor niet uit. Mijn gezicht hemels opgemaakt, mijn nagels die ik vroeger met vingerkootje en al eraf beet, zijn nu keurig verzorgd en mijn haar is altijd nét geknipt en geverfd.

Dat komt door Angela. Mijn lieve, ondeugende en stoere vriendin van de basisschool. Ik woon sinds kort naast haar kapsalon.

Angela is de enige kapster in de wereld die van lang haar houdt. Ze is een verademing tussen alle satanisch lachende kappers die telkens meer afknippen dan je wilt. Kwam ik vroeger nog regelmatig huilend thuis met een boblijn als ik had gezegd: “Alleen de puntjes alstublieft”, bij Angela zal me dat niet overkomen. Maar dat is niet het enige waar klanten haar om adoreren: ze ziet eruit als een godin. Superslank, felgroene ogen en lange, weelderige bruine krullen. Vaak als ik langskom zit er één of andere aanbidder te kwijlen boven zijn kopje koffie. “Zullen we maar even gaan knippen?”, vraagt Angela subtiel. “Nee, ik kom alleen maar gezellig langs”, zegt de stumper.

Drie keer per week is er een heel eigenaardig buitenlands meisje dat vooraf tegen haar zegt: “Don’t talk to me.” Angela mag haar niet eens vragen hoe ze haar haar graag wil hebben. Ze zit met de ogen dicht te genieten van de aanrakingen van Angela’s handen.

Ik was de laatste tijd zo vaak weg dat mijn vriend zich begon af te vragen waar ik aldoor uithing. Ik dacht aan Angela, haar uitstraling, magische handen en vele aanbidders. Met een rood hoofd zei ik: “Ik ben hard aan het studeren.” Laat hem maar lekker in het stadion blijven.

www.studioangela.nl

@angelaalam

woensdag 4 mei 2011

Loes


Het begon zo: ik was een eenling. Thuis, op straat en vooral op school. Ik had vriendinnen maar eigenlijk hoorde ik nergens bij. Tot op een dag een blond, roze meisje druipend uit de douche bij de schoolgymzaal kwam lopen. “Mag ik jouw handdoek lenen?” vroeg ze. Dat mocht wel, in ruil voor dat ze mijn beste vriendin zou worden. Een echte. Want die kon ik wel gebruiken. De deal was gesloten.

Het bleek een schot in de roos. Loes en ik deden direct alles samen. Dansjes verzinnen waarmee we onszelf voor lul zetten op school, leuke jongens stalken die niks van ons wilden weten, squashen tegen de kerk aan, mensen de weg vragen in het Engels en heel veel snoep kopen. Niemand snapte ons.

We snapten elkaar zelfs even niet meer. Haar moeder overleed toen we net twee maanden als verse studenten samenwoonden. Een groot verdriet werd zich van haar meester. Nooit heb ik iemand zoveel pijn zien lijden en nooit wil ik dat weer zien. Haar snikken door de gipswand tussen onze kamers gingen rechtstreeks naar mijn hart. Na twee jaar ging het niet meer en vertrok ik. Ondanks het dramatische verlies van haar moeder maakte ze haar studie af en is ze nu een trotse, volwassen vrouw. De jongens die vroeger niks van ons wilden weten, lopen nu kwijlend achter ons aan. De meiden die ons lelijk en stom vonden, zien we nog weleens met kinderwagens en een monsterlijke vent door de stad lopen.

Het mooiste: vijftien jaar later zijn we nog altijd beste vriendinnen. Het ergste hebben we al overleefd. Onze grootste uitdaging is nu alleen nog om elkaar in elke levensfase terug te vinden. Al is het maar in een vochtige kleedkamer. Want ik ben nooit als eenling geboren. Wij zijn op de wereld gezet om samen te zijn.

maandag 4 april 2011

Boekjes


Vind jij deze stukjes leuk?
Ik heb een boek uitgebracht met columns: Allemansvriend.

Te koop in de Selexyz, te leen in de bieb en te bestellen op bol.com voor maar 9,90 E!



En ook heb ik nu een nieuw boekje. Een regelrechte aanklacht tegen het hoger onderwijs: Vrije Ruimte


http://www.bol.com/nl/p/nederlandse-boeken/vrije-ruimte/1001004010961617/index.html

Lezersreactie op Vrije Ruimte op bol.com

"Bizarre achtbaan over hoe je als eerstejaars uit de provincie in slechts 1 jaar je complete carrière kunt verkloten, maar toch een goede tijd kunt hebben. Een goede handleiding voor elke aankomende afhaker en toch bizar leuk voor mensen die het lef te falen ontberen."

dinsdag 7 december 2010

Dure Piramide


Soms krijg ik gekke brieven. Dit keer was het een aardige uitnodiging: ik mag bij de City of Talent horen want ik heb een stipendium voor literaire kunstenaars gewonnen.

Even later werd in het stadhuis een turnmat uitgerold. Boodschap: “We gaan acrobatiek doen.” Dacht meneer Rehwinkel dat ik een mooie jurk aantrok om ermee in een piramide te klimmen? Truth is stranger than fiction.

Terwijl we in de Martinikerk eindelijk ons beloofde eten kregen, begon ik ervan te genieten. Tot onze tafeldame met VVD-wijsheden begon te strooien. Ze was één van de organisatoren en vond het gepast te zeggen: “Subsidies moeten afgeschaft worden, wie wil er nog een broodje?” Zes door haarzelf uitgenodigde overgesubsidieerde kunstenaars keken haar ijzig aan.

“Mevrouw, hoe kunt u zoiets voor jonge talenten organiseren als u tegen zulke subsidies bent?” Ik deed ook maar eens een duit in het zakje. “Zo, gaan we sterke uitlatingen doen?” ze keek me streng aan. Kennelijk niet dus.

Een paar dagen later kwam haar geliefde partij met de studeerboete. 3000 euro per jaar dat je langer over je studie doet dan er voor staat. De VVD gaat mij de kans ontnemen om mijn talenten verder te ontwikkelen. Want juist, ik mag vanaf september deze 3000 euro extra gaan ophoesten.

Omdat ik in mijn studententijd mijn talenten heb ontwikkeld, omdat ik meer wilde zijn dan de gemiddelde student, omdat ik tijd nodig had om boeken te schrijven. Omdat ik tijd nodig had om één van de honderd toptalenten van Groningen te worden.

Tegenstrijdig. In Nederland hameren we op een kenniseconomie terwijl ik me geen snellere braindrain kan voorstellen dan door deze maatregel. In Zweden zijn de masters immers gratis. Daar zit je dan, lid van de eliteclub maar geen centen om af te studeren. Ik kijk naar het geld dat er alleen al tijdens talent-night doorheen gejaagd is. Er zouden zeker tientallen studeersubsidies van gegeven kunnen worden.

Maar ja, wij hebben het verbrand terwijl we in een piramide stonden.