Over mij

Mijn foto
Columnist Dagblad van het Noorden. Schrijver. Mailen kan op: rosa@rosatimmer.nl

dinsdag 7 mei 2013

Controlhemd

Reden noodzaak controlhemd.

We staan met zijn vieren voor de spiegel. We gaan uit. Julia: "Onder deze jurk moet ik mijn controlhemd aan." Lela kijkt naar het jurkje. "Misschien is dat mooier" Ik: "Wat is een controlhemd?" Lela en Hera barsten in lachen uit. Ze trekken tegelijkertijd hun shirts omhoog. Een loeistrakke zwarte top komt tevoorschijn. Een hemd dat alles in vorm drukt. Meteen begin ik aan mezelf te twijfelen. Moet ik? "Ja. Jij hebt dit ook nodig", beantwoordt Lela mijn blik streng. "Het staat veel beter, geen kwabjes."

Gelukkig heeft Hera een extra hemd bij zich voor mij. De top is zo strak dat ik hem via mijn benen aan moet trekken. Het veroorzaakt een oponthoud van een kwartier omdat het hemd vast zit op mijn heupen. Maar, zo verzekeren mijn vriendinnen me: alles beter dan dat het hemd op je borsten blijft hangen. "Dat voelt als een tiet tussen de deur", zegt Lela. Ik neem het advies ter harte.
Dertig minuten later heb ik het hemd aan. Ik lijk echt twee maten slanker. Mijn broek kan weer normaal dicht en mijn lovehandles zijn verdwenen. Cool.
Ik voel me prachtig in de stad.

Maar als ik na het uitgaan thuis kom, gebeurt er iets wat ik niet kon bevroeden. In beschonken toestand probeer ik het controlhemd toch over mijn hoofd uit te trekken in plaats van over mijn heupen. Helaas had ik het licht in de slaapkamer uit gelaten omdat ik mijn vriend niet wilde wekken. Het noodlot treft me: halverwege zit het hemd vast op mijn borsten en mijn hoofd. Ik zie niks meer en knal met mijn kop tegen de kastdeur. Vriend wordt wakker, ziet een gemaskerd persoon in de donkere slaapkamer en krijgt de schrik van zijn leven. "Inbreker!", schreeuwt hij terwijl hij met de lampenkap op me af komt. De chaos is compleet.

Ik draag nooit meer een controlhemd. 

vrijdag 9 november 2012

Cliffhanger


Er is iets waar ik mee zit. De tv- en filmindustrie verpesten mijn plezier. Nee, nu komt er geen filosofische verhandeling over de ultieme low-culture die op tv hoogtij viert (ik noem zomaar wat, Barbie’s baby). Het gaat om iets simpels.

Promo’s van tv-programma’s verklappen tegenwoordig alles wat er de komende aflevering gaat gebeuren. Bij The Voice zie je in een flits al welke familie juicht en welke kandidaat dus door is. Bij de Modepolitie waar het draait om ‘verrassende’ make-overs zie je ineens tussendoor al beelden van het resultaat. Maar het allerergste vond ik die keer dat ik de Bachelor volgde. Een knappe man moest een verloofde kiezen uit honderden vrouwen. Voor het drie maanden durende programma van start ging, liet RTL in een voorfilmpje de stem horen van het meisje dat uiteindelijk gekozen werd: Karin. Na aflevering 1 wist ik welk gezicht daar bij hoorde en kon ik stoppen met kijken. Fijn.

In de bioscoop trek ik bij de voorfilmpjes mijn capuchon over mijn ogen. Als ik wél kijk, hoef ik een jaar niet naar de film. Waar de trailers vroeger met een zware mannenstem werden ingesproken, je achterlatend met een ongelofelijke cliffhanger, waardoor je de meest achterlijke films wel moest zien om je nieuwsgierigheid te stillen. Is daar nu een compilatie van minstens acht minuten waarbij je alle hoogtepunten en het eind al ziet.

Ik snap het niet. Ik was vroeger iemand die tot op de laatste minuut nooit wist wie het gedaan had. Heerlijk. Tenzij het me voorgezegd werd. Die taak nam mijn beste vriendin op zich. Later legde ik haar een spreekverbod op.
Dus programmamensen, als dit zo doorgaat kijkt niemand straks nog tv. Ik wil mijn beloofde verrassingen terug. Anders komt jullie eind ook héél snel in zicht. Ik denk, ik zeg het maar alvast.

Deze column verscheen eerder in Dagblad van het Noorden

Negeren


‘We hebben nooit iets gemerkt.’

De directeur van de school over Tim Ribberink, de jongen die vorige week zelfmoord pleegde omdat hij zijn leven lang gepest werd. Ik kan me zo verschrikkelijk ergeren aan zulke uitspraken.

Ik werd ook gepest. Niets bijzonders meer, duizenden kinderen worden dagelijks geterroriseerd. Dat is de harde waarheid. En ook bij mij was er zogenaamd niemand die iets merkte. De lerares zat er een meter vanaf toen een jongen mij ‘hoer’ noemde (moet je nagaan, ik was 8), maar toch had ze niks gehoord. Een overblijfvrouw was onze tafeltjes aan het schoonmaken toen een meisje mij een stomp gaf. Niks gezien. En zo ging het maar door.

Erger: docenten deden zelf mee. Ze lachten om vieze tekeningetjes die de pesters van andere kinderen maakten. Of gaven de tip: ‘gewoon negeren.’ Het slechtste advies dat er bestaat. Het geeft de boodschap af dat je maar moet accepteren dat je gepest wordt. En dat zij er niks aan gaan doen. Alsof je de moeite niet waard bent.

Tot Bram, notabene een invaldocent, hier korte metten mee maakte. Na vijf minuten nam hij me apart. ‘Is er iets dat je wilt vertellen?’ En Bram was kordaat. Een kwartier later stonden de ouders van de pesters in de klas en begon hij een vurig betoog.
‘Desiree, Felicia en Nella. Denk nooit dat jullie stoer zijn, pesten is iets voor bange kinderen. Er is niks heldhaftigs aan.’
Daarmee hield het terroriseren gewoon op. Dat kan dus.

En dat is mijn boodschap: negeer het niet. Docenten hebben wel degelijk een grote invloed op de sfeer en die macht moeten ze positief gebruiken. Houd de ogen open, heb een goed verhaal en stop deze ellende. Als Bram het kan na vijf minuten, dan kan iedereen het.
Want pesten mág je niet negeren.

Deze column verscheen eerder in Dagblad van het Noorden.

dinsdag 13 maart 2012

Feeder


Een warm bed, een persoonlijke klaagmuur en elke dag schone sokken. Samenwonen met je grote liefde heeft veel voordelen. Ik weet het, ik ben een gezegend mens. Maar ik stuit op iets minder prettigs dat ik eerder alleen uit vrouwenbladen kende: samenwoonvet.

Het bestaat echt.

En niet zo’n beetje ook. Ik vermoed dat mijn vriend een ‘feeder’ is. Dat is iemand die zijn vrouw vetmest zodat hij haar voor zichzelf heeft (na een paar honderd kilo kun je kennelijk je huis niet meer uit).

Mijn vermoedens zijn gefundeerd. Ik ben zes kilo aangekomen sinds ik met hem hok (bewijs), hij sport niet (dus ik ook niet) en hij haalt de boodschappen waarbij hij er goed op let dat hij niks gezonds in huis haalt. ’s Avonds op de bank zegt hij terloops: “Goh, zouden we nog wat lekkers in huis hebben?” Daarna sprint ik naar de keukenkastjes en openbaart zich daar een complete Jamin. Alleen míjn favoriete snoep natuurlijk. Salmiakballen, chocola en lolly’s.

Na twee zakken kleurstoffen ben ik over het algemeen wel misselijk, maar daar heeft hij een oplossing voor: “Er is nog chips, als je dat eet kun je daarna verder met de salmiak.” Het is een tacticus, hoor. Na de chips heb ik inderdaad weer zin in een stuk of twintig dropjes en zo vreet ik met gemak een kilo snoep per keer op.

Ik word dus echt niet vet door zogenaamde aanleg. Ieder pondje wordt me hoogstpersoonlijk door de strot geduwd. Laatst droomde ik ineens dat ik een gans was en dat ik dwangvoeding kreeg. Geen idee waar dat vandaan kwam.

Maar ik vecht terug. En dat werkt: vorige week hoorde ik een luide schreeuw vanuit de badkamer. “Ik ben vier kilo aangekomen”, riep hij verontwaardigd. Sindsdien koopt hij geen snoep meer. Eindelijk mijn zin.

No way dat ik hem ga vertellen dat ik met de weegschaal heb gerommeld.

Doe-het-zelf-makelaar


“En dit is dus de keuken”, ik wijs trots naar mijn zelfbetaalde fornuis. De kijker kan zijn afkeurende blik niet verbergen als hij de aangekoekte plak ziet. “Ja,” antwoordt hij onhoorbaar. Ondertussen ben ik bang dat de muis nieuwsgierig wordt en sta ik angstvallig hard te stampen. “Het is een mooie houten vloer hè”, zeg ik er maar bij.

Hij moet minstens denken dat ik ADHD heb tegen de tijd dat ik hem de schuur laat zien. Ik zwaai ramen open “ook nog frisse lucht, fijn toch?”, trek overenthousiast aan de wc-hendel “kijk hij spoelt door!” en ga semi-ontspannen in de tuinstoel liggen “heeeerlijk.” Hij fronst een beetje en kijkt me cynisch aan: “Je weet dat het regent?”

Nee, de makelaarsrol is me niet echt op het lijf geschreven. Zodra de mogelijke huurder een geïnteresseerd begint te raken, zeg ik iets achterlijks. Iets als: “Natuurlijk is het wel duur”, waarna de kijker diep in zijn ziel voelt dat het waar is. En laatst had ik helemaal een dieptepunt in mijn verkooptechnieken. Er kwam een betrouwbare jongen langs die dolenthousiast na een paar minuten zei: “Ik neem het!” Het enige dat ik kon uitbrengen: “Weet je het zeker?” Wel heb je ooit zoiets doms gehoord van iemand die een huis probeert te verhuren?

Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan. Joost mag weten waarom ik hersens heb gekregen, ik gebruik ze op cruciale momenten toch niet.

Ondanks mijn slechte verhuurtactiek is het nu gelukt. Er hangen andere gordijnen voor het raam en er staan mannenschoenen in de gang. Er zijn feestjes waar de buren over kunnen klagen en waarbij mensen opnieuw met zijn achttienen op het bed eindigen. Heel veel is er op die plek dus niet veranderd. Maar ik? Ik heb alles achtergelaten voor een nieuw begin. En dat dát echt is wat ik wil, moet ik nu alleen nog even aan mezelf verkopen.

zaterdag 26 november 2011

G-Heugen

“Alles wat jij doet is indrukwekkend.”

Ik slik. Hoe ben ik hier terechtgekomen? Oh ja, ik tikte het woord ‘agenda’ in op mijn zoekfunctie in gmail omdat ik naar een vergadering moest. Ineens staar ik naar een scherm met honderden liefdesmails.
Lenny was een kortstondige liefde. Maar als ik het zo lees hebben we de sterren van de hemel bemind.
“Ik voel vlinders verbaas me over hoe goddelijk mooi je bent. Wanneer zie ik je, heb je nog een gaatje in je agenda?”

Dat soort teksten. In werkelijkheid heb ik twee keer met de jongen afgesproken maar na twintig mails staan de tranen me in de ogen. Toch een beetje onhandig want ik zit op kantoor. En eigenlijk was ik op zoek naar de agendapunten van een bespreking.

Het overkomt me vaker met de moderne technieken. Ik ga door mijn sms’jes omdat ik het nummer van mijn baas zoek en plots staat daar een sexy berichtje van een ex-vriendje, een ruziedialoog met een vriendin of dreigende taal van studiegenoten. Vroeger raakten we liefdesbrieven, emotionele vriendschapsberichten en oorlogsverklaringen gewoon kwijt. Of stopten we ze in een liefdesdoos ergens op zolder. Nu word je zonder enige waarschuwing met diepe emoties uit het verleden geconfronteerd. Alleen maar omdat Gmail zo belachelijk veel opslagruimte heeft en onze telefoons 20.000 berichten kunnen bewaren.

Of wij die obsessieve bewaardrift wel leuk vinden, is ons nooit gevraagd.

Dat ons brein niet alles onthoudt heeft goede redenen. We maken herinneringen mooier, halen de scherpe kanten ervan af of vergeten zelfs hele gebeurtenissen. Daardoor kunnen we bijvoorbeeld een tweede studie beginnen en verhuizen en opnieuw verliefd worden na liefdesverdriet. Ons bestaan hangt er zelfs vanaf: een vrouw die de pijn van haar bevalling zou onthouden, zal nooit meer een nieuw kind willen.
Vergeten heeft dus wel degelijk een belangrijke functie en Gmail respecteert dat niet.
Ik vink de liefdesbrief aan en druk op ‘verwijderen’. Opluchting maakt zich van mij meester.
Nog maar 2653 mails te gaan.

woensdag 20 juli 2011

Taboe

Foto: Corné Sparidaens

Ik begin een beetje op het bed te wiebelen. Mijn vriend kijkt me aan en glimlacht. Hij wiebelt ook op en neer. We kijken samen naar de beddenverkoper.
“Is dit bed een beetje geschikt voor een jong koppel?” vraag ik.

De verkoper loopt rood aan. Hij kijkt naar me alsof het een krankzinnige vraag is, maar ik meen het. Ik moet een stevig bed hebben, vriend en ik zijn immers nog geen jaar bij elkaar.
De verkoper herpakt zich: “Nou, je rolt niet naar elkaar toe als je op koudschuim ligt. Dat kan een voordeel zijn.”
“Maar wat als je juist wel graag naar elkaar rolt?” Ik probeer nog enig eufemisme te betrachten.
“Dan moet je een pocketveer nemen.” Vriend gaat op zijn knieën op het verende matras zitten en zakt er meteen tien centimeter in weg. Ik zie het aan zijn gezicht. Dít gaat hem niet worden. Wat is dan het beste voor doggystyle? Er zijn matrassen waarvan je na drie minuten geschaafde knietjes hebt, dat wil een mens toch van tevoren weten? Raar dat je nooit iets over seks mag vragen aan de beddenverkoper.

Er zouden labels moeten zijn om deze informatiebehoefte discreet te vervullen. Ik stel voor: verliefd koppel. Het betreft een stevig en soepel bed betreft met minder slaapcomfort, want dat komt er toch niet van. Tweede label: vaste relatie. Bed dat tegen ‘een stootje’ kan mét slaapmogelijkheden. Het derde label bestaat al: senior. Een bed om in te slapen. “Dat hebben wij niet nodig,” grinnik ik.

De verkoper rekent even later een matras categorie verliefde stellen met ons af. Maar als wij hand in hand de deur uitlopen, kan hij het toch niet laten en roept: “Wacht maar. Senior, dat word je vanzelf.”