Over mij

Mijn foto
Columnist Dagblad van het Noorden. Schrijver. Mailen kan op: rosa@rosatimmer.nl

dinsdag 7 december 2010

Dure Piramide


Soms krijg ik gekke brieven. Dit keer was het een aardige uitnodiging: ik mag bij de City of Talent horen want ik heb een stipendium voor literaire kunstenaars gewonnen.

Even later werd in het stadhuis een turnmat uitgerold. Boodschap: “We gaan acrobatiek doen.” Dacht meneer Rehwinkel dat ik een mooie jurk aantrok om ermee in een piramide te klimmen? Truth is stranger than fiction.

Terwijl we in de Martinikerk eindelijk ons beloofde eten kregen, begon ik ervan te genieten. Tot onze tafeldame met VVD-wijsheden begon te strooien. Ze was één van de organisatoren en vond het gepast te zeggen: “Subsidies moeten afgeschaft worden, wie wil er nog een broodje?” Zes door haarzelf uitgenodigde overgesubsidieerde kunstenaars keken haar ijzig aan.

“Mevrouw, hoe kunt u zoiets voor jonge talenten organiseren als u tegen zulke subsidies bent?” Ik deed ook maar eens een duit in het zakje. “Zo, gaan we sterke uitlatingen doen?” ze keek me streng aan. Kennelijk niet dus.

Een paar dagen later kwam haar geliefde partij met de studeerboete. 3000 euro per jaar dat je langer over je studie doet dan er voor staat. De VVD gaat mij de kans ontnemen om mijn talenten verder te ontwikkelen. Want juist, ik mag vanaf september deze 3000 euro extra gaan ophoesten.

Omdat ik in mijn studententijd mijn talenten heb ontwikkeld, omdat ik meer wilde zijn dan de gemiddelde student, omdat ik tijd nodig had om boeken te schrijven. Omdat ik tijd nodig had om één van de honderd toptalenten van Groningen te worden.

Tegenstrijdig. In Nederland hameren we op een kenniseconomie terwijl ik me geen snellere braindrain kan voorstellen dan door deze maatregel. In Zweden zijn de masters immers gratis. Daar zit je dan, lid van de eliteclub maar geen centen om af te studeren. Ik kijk naar het geld dat er alleen al tijdens talent-night doorheen gejaagd is. Er zouden zeker tientallen studeersubsidies van gegeven kunnen worden.

Maar ja, wij hebben het verbrand terwijl we in een piramide stonden.

vrijdag 26 november 2010

Cleo


Een van de meest intense ervaringen in mijn leven is mijn lidmaatschap van studentenvereniging Cleopatra. De eerste keer dat ik binnenliep wist ik niet wat ik zag. Zó veel lelijke mensen bij elkaar? Ongelofelijk!
Er kwam een jongen op me af met lang vlassig donker haar en uitpuilende ogen – dichterbij een hobbit ben ik nooit meer geweest – hij kwijlde zowat in mijn decolleté en zei: “Jezus, wat heb jij inkijk!”
Direct stond een bloedmooi klein meisje op; ze had zelf ook vooraan gestaan toen de borsten werden uitgedeeld. Daarom verdedigde ze me: “Meiden zoals wij hebben altijd inkijk, je kunt niet verwachten dat we elke dag een coltrui aanhebben. Wij willen er ook mooi uitzien!”
Liesje werd een vriendin voor het leven.

Dat vind ik grappig aan Cleopatra, de diversiteit. Het ene moment waan ik me in de Rumba als ik met knappe meidenjaarclub Perfect aan de cocktails zit en de reggaeton uit de boxen klapt, het andere moment staat er plots een lid met zijn broek op zijn enkels een verzonnen verhaal over tradities in de middeleeuwen af te steken en lijkt het alsof ik in de Mesdag ben beland. Het kan allemaal en geen avond is hetzelfde.

Eens klom ik straalbezopen in een steiger tegenover het pand omdat ik probeerde te ontsnappen aan een blinde jongen die me wilde zoenen. Ik heb naast een Cleopatraan gelegen die zich een delirium had gezopen – “ik kan er niks aan doen dat die jongen daar met zijn visnet zit, misschien wil hij wel vet culinaire dingen met die vis doen!” -, en heeft Liesje me geleerd dat je brandwonden van koude dingen kunt krijgen toen ze minutenlang een ijsblokje tegen haar tepel drukte. Die overigens daarna nooit meer hetzelfde is geweest.

In al mijn tijd bij Cleopatra heb ik één fenomeen kunnen vermijden: de kampen. Maar op een avond dat mijn bloed bruin was in plaats van rood – Berenburg – heb ik me laten overhalen. Dit weekend moet ik eraan geloven, het Schierkamp. Benieuwd of mijn tepels dát overleven.

dinsdag 16 november 2010

Rosa, Bill en Jan Wolkers

Ik lees voor uit mijn bundel over Jan Wolkers. Bill Mensema in een bijzondere bijrol...

Dit filmpje is gemaakt door Joppe van der Spoel : www.dewildemuis.nl

donderdag 11 november 2010

Kinderhaat


Misschien verklaar ik mezelf hierbij tot monster, maar ik hou niet van kinderen. Het meest haat ik de kinderen van vier tot zestien. De tijd waarin ze veel lullen, maar niks zeggen. Op zich heb ik niks tegen de zwijgende varianten, maar sinds ik de hamster van een vriendinnetje dertien treden van de zoldertrap heb laten vallen waarna hij met een korte piep zijn entree maakte tot de eeuwige jachtvelden, wil ik ook geen baby’s meer vasthouden.

Helaas zijn kinderen net katten, ze komen juist bij de mensen die een hekel aan ze hebben. Naast de vlooienbaal van de buren cirkelen nu dus ook allerhande zuigelingen rond mijn huis.
Mijn nieuwste ergernis is dat ze mijn hekje beklimmen, berijden en onderkwijlen. En maar janken als ze eraf vallen. Als bonus kijkt de aangesnelde moeder mij woedend aan, alsof ik alle kapotte knietjes persoonlijk van een kus had moeten voorzien.

Kinderen haten mij ook, merkte ik tijdens het deurtje bellen. Ik deed de deur open en wachtte even, ik weet van vroeger dat op je hurken achter een auto zitten niet iets is dat je eeuwig volhoudt. Het nietsvermoedende jongetje kwam weer aanlopen, op naar de volgende bel. Op een paar meter afstand zei ik: “Hallo.” Doodnormaal. Maar hij verstijfde en zijn ogen werden zo groot als schoteltjes. Daarna liep hij gillend weg. Ik ben kennelijk afschrikwekkend.

Sint Maarten leek me een mooi moment voor een staakt-het-vuren. Het begon goed, ik had snoep in huis en iedereen keeg van mij twee (!) lolly’s of koetjesrepen. Niet bepaald een juffrouw Kikkerbil dus. Het ging mis toen een kind plots mijn huis inbanjerde. Bang dat het zou stuiten op mijn rondslingerende vibrator verzocht ik de peuter weer naar mama te gaan. Alleen had ik dat misschien ietsje anders moeten zeggen: “Dat zou ik niet doen hoor, ik verkoop je nieren als je hier naar binnen loopt.”

Ik verwacht geen kinderen meer op mijn hekje.

woensdag 10 november 2010

Boekje


Vind jij deze stukjes leuk?


Ik heb een boek uitgebracht met columns: Allemansvriend.


Te koop in de Selexyz, te leen in de bieb en te bestellen op bol.com voor maar 9,90 E!

Dateloos


Ik verklaar 2009 tot dateloos jaar. Omdat ik het gevoel heb dat dit soort uitspraken nogal bezwerend kunnen werken durfde ik het niet te zeggen. Want iets bij voorbaat verklaren in januari, dat riekt naar een goed voornemen. En ik vind voornemen en Rosa in één zin nogal huichelachtig.

Na mijn laatste date had ik er genoeg van. De man bleek getrouwd. Wist ik niet. Ik was juist zo trots op mezelf dat ik die categorie kerels altijd zorgvuldig had weten te omzeilen. “Maar”, zei hij alsof hij goed nieuws bracht, “ik ben voornemens om te gaan scheiden.” Je ziet, voornemen is echt een slecht woord. Het wordt gebruikt door vuile leugenaars, lafaards of walgelijke schepsels als Andries Knevel.

Getrouwde mannen, bah. Ik zou het nog eerder met een paard doen.
Dan nog een argument om te stoppen met daten: ik kan mijn aandacht er niet meer bijhouden. Laatst werd ik gezoend door de look-a-like van Michael Scofield van Prisonbreak en het enige dat ik dacht was: N-tuples. Totaal irrelevant maar toch: N-tuples toen hij op mijn onderlip beet, N-tuples toen hij door mijn haar streelde. Het is een term van college en ik krijg het niet meer uit mijn hoofd.

Ik heb het gevoel dat het een teken is, dus ben ik gaan rekenen. Het resultaat was schokkend: ik besteed gemiddeld twee uur per dag aan de liefde. De dagen dat ik geen mens spreek zijn al meegenomen. Uitgerekend zijn dat 365 – schrikkeldagen snap ik niet – maal 2 = 730 uur per jaar. Als ik die uren in mijn studie had gestoken had ik 25 ec per jaar meer gehaald. Het begint te dagen: ik moet stoppen met de liefde.

Het gaat goed, ik heb al twee dates afgezegd en drie nieuwe afgeslagen.
In afwachting van mijn prins of prinses op het witte paard, die overigens best tot 2015 gestald mag staan, ga ik cold turkey mijn dateloze jaar in.

Mijn vader gelooft vanaf nu dat God bestaat.

Stelletjesdag


Heerlijk uitslapen met je liefje, films kijken en even wat gaan drinken in een café voor je weer vozend vertrekt naar het bed waar je net uitkwam. Zondag is stelletjesdag. Een zwoele dag die ik zo vaak heb meegemaakt en waarvan ik er nog veel zal hebben.
Denk ik. Maar nu niet, want ik ben single. En wat blijft er over als je al die dingen in je eentje moet doen? Alleen in bed is best leuk hoor, maar van mezelf kom ik binnen vier minuten, dus dan is de hele dag blijven liggen een beetje overbodig.

Een tijdje waren al mijn beste vriendinnen bezet en zat er echt niets anders op dan huiswerk maken, maar gelukkig is dat over. Lisa heeft haar vriendje die aan larpen doet – live action role playing, dat is zoveel als met een ridderpakje door het bos rennen en heel hard gillen – aan de kant gezet. Ik kon mijn blijheid niet bedwingen toen ze het vertelde, zij ook niet: “Zijn zwaard was toch niet groot genoeg.” En samen hebben wij een nieuwe bezigheid voor de zondag: de Jumbo in de Euroborg.

Rond half vijf fietsen we tegen de storm in naar onze favoriete plek. Soms stappen we in de auto maar Lisa weet het verschil tussen een autoweg en fietspad niet precies en rijdt regelmatig bijna kinderbeentjes af. Eenmaal aangekomen met of zonder extra ledematen onder de wielen ontbijten we met een frikadel en kan het feest beginnen.

De hemelse combinatie: gratis eten en honderden mannen. Want kom ik in elke kroeg wel twee exen tegen, hier zijn alleen kerels die ik nog nooit heb gezien! Het lijkt wel of ze zo uit de Jumbovrachtwagen komen, zo vers zijn ze. Ik ben zelden zo vrolijk geweest om rijen bij de kassa.
We kijken ongegeneerd naar Italiaanse hunks, Zweedse H&M-posterboys en gruwelijk gespierde sporters.

Ik vrees dat deze zondagtraditie aan zijn eigen succes ten ondergaat. Nog even en ik kan weer meedoen met stelletjesdag.

Dictatuur van het scherm


Blaasontsteking, meer hoef ik voor vrouwen niet te zeggen. Voor de mannen: het is de hel. Gooi eens kokend water over je miep, dat is ongeveer hoe het voelt.
Ooit had ik het dertien keer in één jaar. Als ik het nog een keer zou krijgen moest ik een speciaal antibioticum. Dus de veertiende keer belde ik op: “Het is de veertiende keer, de dokter zou me nu dat andere voorschrijven.”

Doktersassistente: “Nee het is de dertiende keer.” Ik: “Maar afgelopen week was de dertiende keer.” Zij: “Je hebt afgelopen week geen blaasontsteking gehad.”
Ik kon het niet geloven. Iedereen die het weleens gehad heeft, weet dat het geen moment is om bijdehand te doen. Er zou zomaar iemand met een bijl op je af kunnen komen. “Mevrouw, zou ik dat zelf niet beter weten”, zeg ik terwijl ik de nek van de kat van de buren omdraai, maar nee! “Ik zie het hier niet staan, goedemiddag!”

Welkom in onze bureaucratie waar computer dictator is.

Laatst had ik eenzelfde soort akkefietje bij de klantenservice van Hi. Waar ze overigens sowieso in een parallel universum leven – drie minuten wachttijd betekent acht minuten muziek en daarna opgehangen worden. Wat nog erger is: ze luisteren alleen naar hun scherm. Ik vertel dat ik al maanden wacht op een nieuwe telefoon − “Staat niet op mijn scherm.” Ik zeg dat ik zes keer ben neergelegd − “Kunnen wij hier niet zien.” Ik vraag hem of alles wat niet op hun scherm te lezen is dan ook niet bestaat? Rolf: “Hebt u soms een grote mond mevrouw?” Ik : “Staat dat op je scherm, Rolf?” “Nee.” Ik: “Nou dan.”

Ik werd doorverbonden naar Jorgen, de leukste jongen van KPN die me een tip gaf: “Je moet ze gewoon vertellen dat je je abonnement wilt opzeggen, dan krijg je hele aardige mensen.”
De telefoon werd geleverd, ook al stond het niet op het scherm. De antibiotica kreeg ik pas bij de vijftiende keer. En als ik de dokter nu bel, hoop ik dat Jorgen opneemt.

maandag 8 november 2010

Onbeleefd


“Nou ik weet wel waarom jij een uitgever hebt, als je zulke leuke jurkjes aantrekt kom je overal aan de slag.”

Ik kijk op van mijn gesprek met een vriendin. Voor me staat een man van in de dertig, beetje shabby gekleed, mij lachend aan te kijken. De mensen om hem heen lachen schaapachtig mee.
Vroeger had ik daar geen last van, toen was ik nog lelijk. Bek met fietsenrekje, broodmager en eczeem. Ik schreef wel en daar ging het dan ook om. Ik was “het meisje van de buurtkrant”. Altijd op mijn kamer aan het tikken op mijn knetteroude tekstverwerker. Met oranje letters. Ik schreef omdat alleen op die manier mensen naar mij luisterden.

Nu is dat anders. Moeder Natuur besloot de verloren jaren goed te maken door me een dubbel D-cup te geven. Niet mijn smaak, maar het is niet anders. Ik kreeg er een prettig gezicht bij en mijn haren liet ik groeien. Ik ben leuk opgedroogd, zoals dat heet.
Plots kreeg ik aandacht om hoe ik eruitzag. Apart. Maar te veel. Ineens moet ik vechten om met mijn intellect mijn uiterlijk te ontstijgen.
De man blijft staan en ik zeg niets terug.

“Kijk niet zo zuur, het is een compliment hoor”, zegt hij dan.

“Nee, het is geen compliment, het is onbeleefd.”
Ik kijk hem strak aan. Ik weet wat er nu komt en het komt ook. Hij haalt het grootste cliché uit de kast: “Ach ja, geef ik eens een compliment over het uiterlijk, wil ze weer geprezen worden om haar mooie persoonlijkheid.”

Zo gaat dat dus. Hij heeft het liefst dat ik kirrend aan het tafeltje blijf zitten, een beetje bloos en dan ‘dank u wel, meneer’ zeg. Even vergeten, we leven nog in de middeleeuwen. Maar ik zal braaf zijn en het voor eens en altijd eerlijk toegeven aan die meneer. Leuke jurkjes, dikke tieten en een gezellige kop. Precies dát is de reden waarom ik een boek heb. En jij niet.

woensdag 27 oktober 2010

Brillenhoofd


Ik ben perfect. Duidelijk. In de spiegel zie ik een prachtmeid. Mijn huid heeft nooit vlekjes, mijn haar is altijd glanzend steil en mijn kleren zitten als gegoten. Ik zou zweren dat ik een engelachtig licht om me heen heb. Ik heb de laatste jaren alleen een klein probleempje: ik zie mijn moeder vaak aan voor mijn vader, denk dat propjes kranten zielige katjes zijn en kom met de lelijkste jongens thuis. Ik moet een bril.

Had ik dat maar nooit geweten. In de brillenwinkel ontdekte ik dat ik al die jaren een gefotoshopte versie van mezelf heb gezien. Ik ben niet zo mooi, ik ben gewoon bijna blind. “Dat is even schrikken, hè”, zei de opticien subtiel toen hij een spiegel voorhield en ik mezelf voor het eerst scherp zag. En bedankt.

Maar hij had gelijk. In een milliseconde werd ik geconfronteerd met al mijn minpunten: scheve lach, een huid alsof ik mezelf met schuurpapier bewerk en debiele hoektanden. Nooit geweten dat je een hele hak uit je wimpers kunt missen zonder het te voelen. Fijn.
Nadat ik driehonderd brillen had gepast zei ik zachtjes: “Volgens mij heb ik geen brillenhoofd.”
Te hard, want de verkoopster knikte iets te enthousiast mee. “Dat hebben mensen met zo’n hoog voorhoofd.”

De moed zakte me in de schoenen tot er een Arie Boomsma lookalike binnenkwam. Hij kwam voor contactlenzen en zat een kwartiertje naast me.
Nadat hij bijna zijn eigen en de mijne had uitgeprikt, lukte het. Hij keek opnieuw naar me, stond op en vroeg de verkoopster − met rokershuid − mee uit.

Toen wist ik het zeker: mijn vriend wordt nooit meer geil van me als hij me met bril ziet. Ik rekende mijn minderwaardigheidscomplex van tweehonderdvijftig euro af en maakte meteen een afspraak voor contactlenzen. Maar niet bij die mevrouw die de toyboy donderdagavond krijgt, háár hoef ik niet meer te zien.

zondag 24 oktober 2010

Paastakken


“Vaginisme dat is toch met mensen die geen melk drinken en geen leren schoenen dragen?” Dit is Mandy en deze column gaat over seks.


Mandy is een van de naïefste vriendinnen die ik heb. Ze denkt dat als een jongen besneden is, zijn eikel met een schaar is afgeknipt. Toch is ze niet braaf. Sterker, ze doet vaak dingen waarvan ze naam niet kent. Pijpen met een ijsklontje bijvoorbeeld. Dat ging goed tot ze besloot hem te deep throaten en er bijna in stikte. Prachtig, vooral dat ze het daarna uitgebreid en zonder gêne vertelt. “En toen deed ik ughughugh!”


Trouwens, ze kan niet altijd wachten tot ze klaar is. Dan sms’t ze: “Ik ben hem nu aan het berijden en zijn piemel ziet eruit als een champignon!” Speciaal voor dit soort live-verslagen heeft ze nu een touch screen-telefoon “dan hoort hij de klikjes niet”.Ik leer veel van haar. Zo weet ik dat ik nooit de Durex playcondoom met ribbels moet gebruiken. “Je kunt net zo goed schuurpapier naar binnen doen en langs alle randjes gaan.” Duidelijk.


Misschien heeft ze die rare ideeën omdat ze een vreemd lichaamsbeeld heeft. Zo noemt ze haar eierstokken paasstakken. Haar uitleg: “Het zijn toch stokken met eieren!” Ze durft zichzelf niet te vingeren omdat ze vindt dat ze kinderhandjes heeft. “Dan voel ik me een pedofiel.”Ook is ze ervan overtuigd dat ze in haar vagina een T-splitsing heeft en dat ze daarom geen tampon in kan brengen. Ze beweert dat haar baarmoeder twintig centimeter diep zit.”Dat is ver hoor”, zei een andere vriendin. Mandy: “Maar ik ben ook een heel diepzinnig meisje.” Diepzinnig of niet, lollig is het wel.


Eerlijk: ik wou dat ik zo naar de wereld keek. Ik pleit voor minder seksuele voorlichting, het is veel leuker om zelf alles te ontdekken zoals Mandy. Maar nog even voor de mensen die het stiekem ook niet wisten: vaginisme is het onbewust aanspannen van de bekkenbodemspieren waardoor gemeenschap niet mogelijk is.

dinsdag 12 oktober 2010

Extractie


“Ik heb pericoronitis”, zeg ik als ik de behandelkamer binnenloop. Mijn nieuwe tandarts – een lekker ding uit Zuid-Afrika – moet lachen. Ik niet.


Al weken loop ik rond met gruwelijke pijn. Mijn verstandskies komt door en het tandvlees is gaan ontsteken. Daarvoor is maar één behandeling: trekken. Mijn grootste nachtmerrie. Daarom probeerde ik het eerst te verdoven met drank en seks, maar toen ik zelfs daar niet meer om kon lachen − mondhoeken optrekken doet pijn − wist ik dat het een verloren zaak was. En wat doen tandartsen als je nauwelijks een soepje naar binnen krijgt? Juist, die pakken een haak en gaan op de zere plek beuken. “Doet dit zeer?” “Is dit nóg gevoeliger dan net?” We zijn niet voor niets bang voor de tandarts. Een slager gaat nog voorzichtiger met zijn vlees om.


Terwijl ik in de stoel ga liggen, komen de trauma’s boven. Mijn vorige tandarts vergat vaak zijn bril. “Maar hij was wel heel aardig”, zegt mijn vader, terwijl ik hem nog met bebloed slabbetje voor me zie. Hij spartelde als een schaap dat op zijn rug ligt. Een verdoving vond die dokter iets voor mietjes. Hij flikte het mij toen hij op mijn 21ste mijn eerste gaatje uitboorde. Laat dit een wijze les zijn voor iedereen die de held wil uithangen: je kunt beter je tanden over een schoolbord schrapen dan laten vullen zonder verdoving. Het is een gedeeld trauma. Mandy beet ooit haar tanden stuk op een Ikeatafel − “De schroevendraaier was weg” − maar durft geen afspraak te maken. “Doe je mond eens open dan?”, vraag ik. Ik zie het, aan één kant zijn in een cirkel alle buitenste hoekjes van haar kiezen afgebroken.


De Zuid-Afrikaan praat tandentaal met zijn vrouw en denkt dat ik hem niet versta. Maar ik heb niet voor niets een dag gegoogeld en krimp ineen. “Wil jij even een verwijsbrief maken voor mevrouw Timmer. Verzoek extractie van element 38, 18, 28 en 48.” Alle víer verstandkiezen! Thuis gooi ik de brief weg, dan maar geen vast voedsel meer.

dinsdag 14 september 2010

Allemansvriend


Vind jij deze stukjes leuk?


Ik heb een boek uitgebracht met columns: Allemansvriend.


Te koop in de Selexyz, te leen in de bieb en te bestellen op bol.com voor maar 9,90 E!

maandag 13 september 2010

Oud

Het is een raadsel. Al jaren vraag ik me af hoe ik in mijn eerste jaar zoveel studiepunten haalde. Ik ging – anders dan nu − nooit naar college, sliep de hele nacht niet en was altijd aan het feesten. Tentamens leerde ik de avond van tevoren.




Dat mijn huisgenoot naar bed ging was mijn startsein: van middernacht tot zes uur ’s ochtends zat ik achter de computer. Met msn aan en een nachtvriendje las ik tussen het geflirt door alle powerpoints van de colleges. Om zes uur ging ik de laatste twee uur slapen en om negen uur deed ik tentamen. Ik kwam aan alsof ik door een vrachtwagen was overreden, maar haalde het altijd.


En toen werd ik verstandig.


Ik kocht de studieboeken, begon er zelfs aan. Ik maakte mijn opwachting bij college waar de docent nieuwsgierig vroeg of ik net in Groningen was gekomen, hij had me nog nooit gezien. Ik volgde een studietraining en kreeg rare gewoontes. Zoals dat ik mijn boek overal mee naar toeneem, naar de bioscoop. “Dan kan ik leren tijdens de voorstukjes.” Dat wil dus niet in het donker en is ook niet zo gezellig voor de vriendin die mee is. Naar mijn werk, naar bed, naar de kroeg en naar de badkamer.


Ik plande verrassingsaanvallen op mezelf met het studieboek. Mijn theorie: dan heb ik niet genoeg tijd om tegenzin te hebben. Toen het een keer goed ging na een bakje yoghurt en een kop thee moest in het jaar daarna áltijd yoghurt en thee hebben voor het studeren.


Nu heb ik een nieuw ritueel: ik moet in het WSN-gebouw op het Zernike studeren. Tweede verdieping, tafeltje linksachter bij het raam en naast Julia. Anders doe ik niks. Maar ik heb het mysterie opgelost. Het studeren ging zo traag dat ik me laatst hardop afvroeg of ik seniel ben geworden. “Dat klopt”, zei Julia. Pas nu weet ik dat ik na dat eerste jaar niet verstandig werd, ik werd oud. Te oud om te leren. En daar moet ik het maar mee doen.

High Tea


Ik heb een trauma door mijn verjaardagen. Het is nooit leuk. Een operatie op de dag erna − ‘dus 8 juni mag je niks eten en drinken’, op mijn dertiende Clearasil krijgen ‘een praktisch cadeau’ en mijn vriendjes dumpten me ‘want dan kun je je nieuwe jaar fris beginnen’. Fijn. Dit jaar was ik helemaal zenuwachtig, want ik word 23. Ik laat het jong zijn met rasse schreden achter me.


“Mijn moeder had al een kind toen ze 23 was”, zei mijn minnaar laatst tegen me. En dat terwijl ik nog hard meezing met Britney’s I’m not a girl, not yet a woman.Om alle nare herinneringen achter me te laten wilde ik iets leuks doen. Drugs. Want al lijk ik misschien iemand die heel wat uitprobeert en meemaakt, ik heb behalve alcohol nog nooit drugs aangeraakt.Lisa − ook drugsmaagd − en ik schreven ons in voor een echte high tea.


Geen verjaardagstaart maar spacecake. En geloof mij, dat is nog eens een andere dimensie aan ongezond eten. Na een uur voelden we niks, dus namen we nog maar een halfje. Na twee uur beschouwden we het als een mislukte missie, het werkte niet op ons. Al moesten we wel heel hard lachen om een poster met blauwe en gele strepen, maar dat hebben we vaker.


We besloten nog wat te gaan eten in de V&D. En daar, vier verdiepingen hoog, omringd door vijftig mensen gebeurde het: de cake sloeg in. Ineens snapte ik niet meer waar ik was, dacht ik dat alle mensen naar me keken en kon ik geen boeh of bah meer zeggen. Lisa had het ondertussen erg naar haar zin met een gekruide aardappel. “Ik moet nog naar de verjaardag van mijn nichtje” zei ze en stiefelde weg.


Daar zat ik dan, alleen in de V&D en durfde geen stap te verzetten en ook niet te blijven. En zo werd, met vijfeneenhalf uur trillend in een hoekje zitten, mijn drieëntwintigste mijn grootste trauma tot nu toe. Happy Birthday.

dinsdag 11 mei 2010

Groninger Persprijs voor Jong Talent 2010


Juryrapport Groninger Persprijs voor Jong Talent 2010


De jury van het nog jonge Genootschap Groninger Persprijs kent sinds vorig jaar ook een prijs toe aan jong talent.

Voor de prijs van 2010 kwam er al snel één naam bovendrijven. Dit jonge talent is begonnen met het gewone journalistieke handwerk en bleek dat uitstekend te beheersen. Ze, want het is een vrouw, blonk vanaf het begin vooral uit in het schrijven van prachtige journalistieke verhalen.

Zelf vond ze dat ze nog veel meer in haar mars had en na lang aandringen en zeuren kreeg ze bij haar belangrijkste opdrachtgever de mogelijkheid om ook columns te gaan schrijven. Dat genre bleek ze inderdaad uitstekend te beheersen, al splijten haar columns het publiek in twee delen: tegenstanders vinden dat haar columns nergens over gaan, voorstanders menen dat ze daarin de essentie van het bestaan bloot legt. Het Genootschap Groninger Persprijs behoort tot de laatste groep, zoals u kunt vermoeden. Zij vindt dat deze journaliste een groot en veelzijdig talent is.

Toch heeft het Genootschap lang geaarzeld haar de prijs toe te kennen, want de laureaat heeft in haar nog prille loopbaan inmiddels al zoveel lof geoogst dat je je kunt afvragen of dat wel gezond voor haar is. Er is al een bundel columns verschenen en ze heeft een stipendium in ontvangst mogen nemen, om maar iets te noemen. Ook is ze al gestrikt door de grootste dagbladuitgever in deze stad. Maar omdat Rosa Timmer onmiskenbaar het jonge Groninger talent van dit moment is, kan het Genootschap niet anders dan haar - met veel genoegen - de Groninger Persprijs voor jong talent 2010 toe kennen.


Het Genootschap Groninger Persprijs

zondag 7 maart 2010

Boekenweek


19 maart ben ik te gast bij Boekhandel Van der Velde.


Van 17 tot 18 uur lees ik voor uit Allemansvriend en presenteer nieuw werk uit mijn novelle. Vooral dat laatste vind ik heel erg spannend. Voor het eerst ga ik laten zien dat ik meer kan dan columns schrijven, ik ben benieuwd hoe het valt!


Je bent van harte welkom, de toegang is gratis.

maandag 1 februari 2010

Hendrik de Vriesstipendium


Bericht gejat van http://www.oogtv.nl/


Winnaars Hendrik de Vries-stipendia bekend GRONINGEN -


Ralph Aarnout en Rosa Timmer

zijn de winnaars van de Hendrik de Vries-stipendia. Dat heeft wethouder Jaap Dijkstra van Cultuur maandag bekendgemaakt. Het stipendium is een jaarlijkse aanmoedigingsprijs van 6.000 euro voor professionele jonge kunstenaars.


Ralph Aarnout is een schrijver die het internet interactief gebruikt, zodat lezers zijn verhaallijn kunnen bijsturen, en hijzelf verschillende lijnen naast elkaar kan uitzetten.


Rosa Timmer schrijft columns over het studentenleven. Volgens de jury zijn die goed en vlot geschreven en zitten ze vol lef en zeggingskracht.

woensdag 27 januari 2010


Dacht even dat ik bijna door de optredens heen was, maar gelukkig, de bookers wisten me ook voor februari te vinden. Maar eerst dit!


Het NPS-programma Kunststof maakt een tv-documentaire over het literaire leven in Groningen. Daarvoor is Uitgeverij Passage gevraagd komende dinsdag een speciale editie van Letters met Spetters te organiseren. We hopen dat er veel publiek komt kijken, dan komt Groningen positief in beeld!


Dinsdag 2 februari, 20.30 uur, Erlenmeyerzaal van Het Paleis:

Letters met Spetters

korte, sprankelende optredens van
Rosa Timmer, Anneke Claus & Bill Mensema

en natuurlijk de quiz waarmee boeken te winnen zijnde entree is gratis, de opnames duren ongeveer 40 minuten zegt het voort!


Gratis boeken gratis gratis gratis en naar mooie meiden kijken! Ik zou erbij zijn als ik jou was!

vrijdag 15 januari 2010

vier en een halve ster voor Allemansvriend!


Nog een recensie! Op Fok.nl heb ik 4,5 van de vijf sterren gekregen!

Een stukje uit de recensie:
"De schrijfstijl van Rosa Timmer kun je met recht bombarderen als humoristisch. Elke column maakt je aan het lachen. De zelfspot is niet van de lucht. Jammer dat het boekje zo dun is, het is veel te snel uit! Laten we hopen dat er snel nog een verzameling columns van haar wordt uitgegeven, na het lezen van Allemansvriend is je humeur gelijk stukken beter! Vier en een halve ster voor deze columniste uit Groningen!"

Lees hier meer:
http://frontpage.fok.nl/review/360180/1/1/50/boek-rosa-timmer-allemansvriend.html