Over mij

Mijn foto
Columnist Dagblad van het Noorden. Schrijver. Mailen kan op: rosa@rosatimmer.nl

dinsdag 7 mei 2013

Hufters, boeren en gladjakkers


Het werd tijd voor een eigen auto. Op mijn autojacht leerde ik drie soorten handelaars kennen. Natuurlijk is er de gladjakker. De verkoper die eerst de vrouw een hand geeft, je een cappuccino aanbiedt en passant vraagt of je jurk van zijde is. De auto is een ‘geweldig model’, ‘ betrouwbaar en toch sexy op het schoolplein’.

Tadaa!
Hoewel ik de verkoopkunsten van de gladjanus bewonder, heb ik het gevoel dat ik in de val word gelokt. Dat je binnen een kwartier duizenden euro’s uitgeeft en er op de terugweg achterkomt dat je niet eens om garantie hebt gevraagd, dat werk.

Het andere uiteinde van het spectrum: de tweedehandsautohandelaar. De verkoper geeft je de sleutel om een proefrit te maken en je zoekt het verder zelf maar uit. Voor kletspraatjes ben je hier aan het verkeerde adres. Vriend vroeg: ‘Wat is het voordeel van deze ten opzichte van die ernaast staat?’ Verkoper: ‘Kilometerstand.’ Dat was het. Ik hou daar wel van.

Tot slot zijn er de hufters. Ik zei dat het gaspedaal iets doorgetrapt was. Hij draaide met zijn ogen en zuchtte: “Dat kun jij helemaal niet weten.” Daarna begon hij te lachen. Mijn vriend lachte glazig mee. Ik kookte van woede.
Direct zei ik: ‘Nou, ik ben eruit!’ De verkoper keek me beduusd aan. ‘Ik hoef hem niet’, zei ik gedecideerd.  

‘Wat gaat hier verkeerd?’ probeerde hij nog wanhopig. 
‘Ach ja, het moet ook goed voelen, zo gaat dat nou eenmaal bij vrouwen’ , glimlachte ik. 
Ik mag dan niks van techniek weten, mijn zakeninstinct is goed. Ik koop niks van klootzakken.

Een dag later hebben we bij de buren van het type ‘zoek-het-maar-uit’ een auto gekocht. Ik ben er expres nog drie rondjes mee langs zijn deur gereden. En ik heb gezwaaid. Autohandelaren opgelet: een auto verkoop je aan een vrouw, zelfs als hij voor de man is.

Controlhemd

Reden noodzaak controlhemd.

We staan met zijn vieren voor de spiegel. We gaan uit. Julia: "Onder deze jurk moet ik mijn controlhemd aan." Lela kijkt naar het jurkje. "Misschien is dat mooier" Ik: "Wat is een controlhemd?" Lela en Hera barsten in lachen uit. Ze trekken tegelijkertijd hun shirts omhoog. Een loeistrakke zwarte top komt tevoorschijn. Een hemd dat alles in vorm drukt. Meteen begin ik aan mezelf te twijfelen. Moet ik? "Ja. Jij hebt dit ook nodig", beantwoordt Lela mijn blik streng. "Het staat veel beter, geen kwabjes."

Gelukkig heeft Hera een extra hemd bij zich voor mij. De top is zo strak dat ik hem via mijn benen aan moet trekken. Het veroorzaakt een oponthoud van een kwartier omdat het hemd vast zit op mijn heupen. Maar, zo verzekeren mijn vriendinnen me: alles beter dan dat het hemd op je borsten blijft hangen. "Dat voelt als een tiet tussen de deur", zegt Lela. Ik neem het advies ter harte.
Dertig minuten later heb ik het hemd aan. Ik lijk echt twee maten slanker. Mijn broek kan weer normaal dicht en mijn lovehandles zijn verdwenen. Cool.
Ik voel me prachtig in de stad.

Maar als ik na het uitgaan thuis kom, gebeurt er iets wat ik niet kon bevroeden. In beschonken toestand probeer ik het controlhemd toch over mijn hoofd uit te trekken in plaats van over mijn heupen. Helaas had ik het licht in de slaapkamer uit gelaten omdat ik mijn vriend niet wilde wekken. Het noodlot treft me: halverwege zit het hemd vast op mijn borsten en mijn hoofd. Ik zie niks meer en knal met mijn kop tegen de kastdeur. Vriend wordt wakker, ziet een gemaskerd persoon in de donkere slaapkamer en krijgt de schrik van zijn leven. "Inbreker!", schreeuwt hij terwijl hij met de lampenkap op me af komt. De chaos is compleet.

Ik draag nooit meer een controlhemd. 

zaterdag 10 november 2012

Memmen!


Ik ben mijn kledingkast aan het opruimen. Confronterend.

Niet alleen omdat er drie verschillende maten in mijn kast rondzwerven, ik zie ook dat ik tachtig verschillende stijlen heb verzameld. Zo heb ik naveltruitjes (dacht ooit dat dat mooi was) én tien coltruien. Die coltruien stop ik in een vuilniszak. Die heb ik namelijk nooit gedragen omdat het mooi was, ik droeg ze omdat ik bang was voor de mening van anderen.

Dat was niet zonder reden. Jarenlang kon ik nergens binnenkomen zonder tien paar ogen op mijn borsten te voelen branden. Ik dacht dat aan mijn kledingstijl lag, dus ging ik me bedekken. Alleen wist ik toen nog niet dat grote borsten nou eenmaal nergens in verdwijnen, al helemaal niet in een coltrui.

Zo’n hooggesloten geval accentueert juist alle rondingen. Ik verborg mezelf in sjaaltjes, kettingen, en droeg zelfs bh’s die de boel platdrukten. De zogenaamde ‘minimizer bra’s. Ze bestaan écht. 

Gek genoeg hebben mensen helemaal geen schaamte om iets over iemands borstomvang te zeggen. De stroom quotes is eindeloos. Van het simpele: ‘Wat een voorgevel’ tot het allerverschrikkelijkste: ‘Als je IQ net zo hoog is als je cupmaat ben je echt slim.’

Alsof het mijn schuld is dat ik borsten heb. Ik zou nooit iets zeggen als iemand een wrat heeft of een bierbuik. Ik vind dat nogal onbeschoft. Maar als het om borsten gaat, verliezen mensen elk gevoel voor decorum.

Het werd zo erg dat ik een borstverkleining heb overwogen. Nu kan ik hypocriet zeggen dat mannen seksisten zijn, die vrouwen klein willen houden met deze opmerkingen. Maar dat is niet waar.
Zelfs een vriendin plaatst onder foto’s van mij op Facebook constant opmerkingen als ‘Memmen!’, ‘Tieteh’, ‘Meloenen!’ Ze schrok toen ik zei dat ik dat eigenlijk niet zo aardig vond.

Meestal komt juist het éérste commentaar van een vrouw. Dat lijkt de toestemming die mannen nodig hebben om ook iets over mijn figuur te zeggen.

Dus vrouwen, ik stel voor dat we zelf het goede voorbeeld geven en weigeren elkaar te veroordelen om iets onschuldigs als een decolleté. Dan volgt het zwakke geslacht vanzelf.

Deze column verscheen eerder in Dagblad van het Noorden

vrijdag 9 november 2012

Cliffhanger


Er is iets waar ik mee zit. De tv- en filmindustrie verpesten mijn plezier. Nee, nu komt er geen filosofische verhandeling over de ultieme low-culture die op tv hoogtij viert (ik noem zomaar wat, Barbie’s baby). Het gaat om iets simpels.

Promo’s van tv-programma’s verklappen tegenwoordig alles wat er de komende aflevering gaat gebeuren. Bij The Voice zie je in een flits al welke familie juicht en welke kandidaat dus door is. Bij de Modepolitie waar het draait om ‘verrassende’ make-overs zie je ineens tussendoor al beelden van het resultaat. Maar het allerergste vond ik die keer dat ik de Bachelor volgde. Een knappe man moest een verloofde kiezen uit honderden vrouwen. Voor het drie maanden durende programma van start ging, liet RTL in een voorfilmpje de stem horen van het meisje dat uiteindelijk gekozen werd: Karin. Na aflevering 1 wist ik welk gezicht daar bij hoorde en kon ik stoppen met kijken. Fijn.

In de bioscoop trek ik bij de voorfilmpjes mijn capuchon over mijn ogen. Als ik wél kijk, hoef ik een jaar niet naar de film. Waar de trailers vroeger met een zware mannenstem werden ingesproken, je achterlatend met een ongelofelijke cliffhanger, waardoor je de meest achterlijke films wel moest zien om je nieuwsgierigheid te stillen. Is daar nu een compilatie van minstens acht minuten waarbij je alle hoogtepunten en het eind al ziet.

Ik snap het niet. Ik was vroeger iemand die tot op de laatste minuut nooit wist wie het gedaan had. Heerlijk. Tenzij het me voorgezegd werd. Die taak nam mijn beste vriendin op zich. Later legde ik haar een spreekverbod op.
Dus programmamensen, als dit zo doorgaat kijkt niemand straks nog tv. Ik wil mijn beloofde verrassingen terug. Anders komt jullie eind ook héél snel in zicht. Ik denk, ik zeg het maar alvast.

Deze column verscheen eerder in Dagblad van het Noorden

Negeren


‘We hebben nooit iets gemerkt.’

De directeur van de school over Tim Ribberink, de jongen die vorige week zelfmoord pleegde omdat hij zijn leven lang gepest werd. Ik kan me zo verschrikkelijk ergeren aan zulke uitspraken.

Ik werd ook gepest. Niets bijzonders meer, duizenden kinderen worden dagelijks geterroriseerd. Dat is de harde waarheid. En ook bij mij was er zogenaamd niemand die iets merkte. De lerares zat er een meter vanaf toen een jongen mij ‘hoer’ noemde (moet je nagaan, ik was 8), maar toch had ze niks gehoord. Een overblijfvrouw was onze tafeltjes aan het schoonmaken toen een meisje mij een stomp gaf. Niks gezien. En zo ging het maar door.

Erger: docenten deden zelf mee. Ze lachten om vieze tekeningetjes die de pesters van andere kinderen maakten. Of gaven de tip: ‘gewoon negeren.’ Het slechtste advies dat er bestaat. Het geeft de boodschap af dat je maar moet accepteren dat je gepest wordt. En dat zij er niks aan gaan doen. Alsof je de moeite niet waard bent.

Tot Bram, notabene een invaldocent, hier korte metten mee maakte. Na vijf minuten nam hij me apart. ‘Is er iets dat je wilt vertellen?’ En Bram was kordaat. Een kwartier later stonden de ouders van de pesters in de klas en begon hij een vurig betoog.
‘Desiree, Felicia en Nella. Denk nooit dat jullie stoer zijn, pesten is iets voor bange kinderen. Er is niks heldhaftigs aan.’
Daarmee hield het terroriseren gewoon op. Dat kan dus.

En dat is mijn boodschap: negeer het niet. Docenten hebben wel degelijk een grote invloed op de sfeer en die macht moeten ze positief gebruiken. Houd de ogen open, heb een goed verhaal en stop deze ellende. Als Bram het kan na vijf minuten, dan kan iedereen het.
Want pesten mág je niet negeren.

Deze column verscheen eerder in Dagblad van het Noorden.

vrijdag 28 september 2012

De schuld

 Ik zie flessen vliegen. Haren, die ene nacht. Er zijn slimmere ideeën. Maar ja, mijn vriend en ik zijn journalisten en van nature ziekelijk nieuwsgierig. We moeten wel.

Als we uitstappen kijken we even om naar onze glanzende Audi TT. Hij staat er op zijn minst provocerend. Ik maak een foto van een auto die ernaast staat. Alle ruiten ingeslagen.

Dan pakt vriend zijn camera. Jongens beginnen te joelen. ‘Hij is van de tv, ik wil niet op film.’ Dat doen ze vaker, terwijl ze ondertussen recht voor de lens gaan staan (logica), en meestal is dat best grappig. Vandaag niet. Omdat het begeleid gaat met zinnen als: ‘Pas maar op, er is al iemand van de NOS omgekomen.’

Gelukkig kan ik door mijn rijke versierverleden zelfs met de grootste idioten een gesprek voeren, dus doe ik dat maar. Als bliksemafleider, want vriend probeert wat te filmen. Dat gesprek gaat dan ongeveer zo. Jongen: ‘He camera, flikker op camera.’ Ik: ‘Jeetje wat een mooie honkbalknuppel heb jij zeg.’ Jongen: ‘Ja we komen live op CNN vanavond, wij hebben bushokjes gesloopt, alles. Machtig mooi.’ Daarna loopt hij met een brede grijns weg ondertussen mompelend naar zijn mede-idioot: ‘Mooi vrouwtje heeft die cameraman hoor, leuk.’

We komen langs een stilstaande bus. Tientallen jongens slaan met knuppels op de bus in. Overal vliegt glas. De buschauffeur zit er nog in. Ik wil niet weten hoe.

De volgende dag is er discussie. Haren is de schuld van de media. Dacht ik het niet.
Ik stel me zo voor dat de relschoppers met een bakje chips voor de tv zitten en zich rot lachen. Lekker makkelijk.

Als de media dan zo machtig zijn, laten we het dan goed doen. We roepen alle relschoppers op naar het ziekenhuis te gaan en een nier af te staan. Moet lukken.


woensdag 11 juli 2012

‘Ik wilde hem alleen maar op afstand houden’


GRONINGEN ‘Ik heb nooit gewild dat het zo zou lopen.’ Vandaag stond in de rechtbank van Groningen een vrouw terecht voor het neersteken van haar achterneef. Er kwam veel pers op af, want zoiets gebeurt niet vaak. Vrouwen zijn ruim in de minderheid als het gaat om het plegen van misdrijven.
Grote oorringen, een shirt met luipaardprint en laarzen tot haar knie. Met rechte rug loopt Jenelle de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen binnen. Als verdachte. In de nacht van oud en nieuw waren bij haar de stoppen doorgeslagen toen haar dochter thuiskwam met het verhaal dat ze was geslagen. In een vlaag van woede stormde ze naar buiten om verhaal te halen. Een half uur later lag haar achterneef in de ambulance.
‘Als een vrouw een geweldsdelict pleegt, is dit vaker gerelateerd aan huiselijke omstandigheden’, zegt Ria Wolleswinkel onderzoeker en universitair hoofddocent recht in Maastricht. ‘Bijvoorbeeld als er geweld in huis is, gericht op haarzelf of haar kinderen en dat ze terugslaat.’ Uit cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek blijkt dat vrouwen 14,5 procent van het totaal aantal geweldsdelicten in 2010 op hun geweten hebben. Van het totaal aantal misdrijven namen vrouwen 21 procent voor hun rekening.
Infographic: Simone Tukker



Piek
Er is bij beide seksen op verschillende momenten in het leven een piek te zien wat betreft het plegen van misdrijven. Mannen pieken in hun jonge jaren. ‘Zodra ze een gezin krijgen, houden de misdrijven zo’n beetje op’, zegt Wolleswinkel. Bij een vrouw is dit juist andersom. ‘Vrouwen begaan vaak pas op latere leeftijd een misdrijf. Als ze al kinderen hebben. Zij worden juist door de situatie in het gezin daartoe gebracht.’
Vaak gaat het om armoede in het gezin, waardoor de vrouw zich genoodzaakt voelt om te stelen of een drugstransfer te doen. Wolleswinkel: ‘Bij mannen is er ook meer variatie in de misdrijven, en het zijn vaker geweldsdelicten.’
Gif
Maar ook vrouwen kunnen behoorlijk creatief zijn. Zo herinnert Rob Zijlstra, al tien jaar rechtbankverslaggever in de rechtbank van Groningen, zich een vrouw die haar echtgenoot wilde vergiftigen. ‘Ze had bloedverdunners door zijn toetje gedaan. Die man bloedde van binnen leeg. Hij heeft het maar net overleefd.’

Vaak worden vrouwen hiertoe gedreven door problemen uit hun jeugd. Zo was er Gerda. ‘Haar vader had haar misbruikt en haar opa ook. Later heeft ze haar man afgeslacht. Het hele huis zat onder het bloed.’
Schuldbesef
Jenelle handelde in een waas terwijl ze dronken was. Ze zegt in de rechtbank: ‘Als ik niet dronken was, was dit nooit gebeurd.’ Ze heeft al hulp gezocht bij een psycholoog en volgt een agressietraining voor borderliners.
‘Vrouwen hebben altijd meer schuldbesef’, zegt Chris Klomp, al tien jaar rechtbankverslaggever. ‘En daar is de rechtbank wel gevoelig voor. Daarom heb ik het idee dat ze vaker wegkomen met een werkstraf.’ Rob Zijlstra: ‘Wat je net zag met Jenelle is vrij uniek. Ze is een van de weinigen die niet begon te huilen. Sommige vrouwen kunnen door hun gesnik geen woord meer uitbrengen.’ Klomp: ‘Ze zetten zichzelf vaak neer als een slachtoffer.’
Kinderen
De situatie van de kinderen van een verdachte moet vaker worden meegenomen in het strafproces, zegt Wolleswinkel. ‘Het is voor kinderen heel wrang als ze gescheiden worden van hun ouders. Ik vergelijk het met de situatie van kinderen met gescheiden ouders. Ik pleit ervoor dat dat meegenomen wordt in de strafbepaling.’
Klomp denkt dat er al rekening wordt gehouden met vrouwen die een gezin hebben. ‘Ze krijgen volgens mij minder vaak een gevangenisstraf. Ze moeten toch voor de kinderen zorgen.’ Dat is niet te zien aan de eis van justitie, zegt Rob Zijlstra. ‘Maar ik weet nog wel dat een vrouw iemand met glas in het gezicht had gesneden. Er werd dertig maanden geëist en ze kwam weg met een werkstraf.’
Tijdens de zitting zegt Jenelle dat ze overal aan wil meewerken, als ze maar niet de gevangenis in hoeft. Ze heeft zes kinderen. ‘Ik wilde hem alleen op afstand houden omdat ik me bedreigd voelde. Ik heb nooit gewild dat het zo zou lopen.’
Tegen Jenelle is een voorwaardelijke straf van 2 maanden geëist. De uitspraak volgt over twee weken.
*De naam van Jenelle is gefingeerd
Dit verhaal publiceerde ik eerder op de website HIER van de master Journalistiek.
21-06 
http://hier.elementweb.nl/2012/06/21/ik-wilde-hem-alleen-maar-op-afstand-houde/





dinsdag 12 juni 2012

G500 en 50PLUS lijken wel érg op elkaar...

De partij 50PLUS is voor bejaarden en G500 is een politieke jongerenbeweging. Zo, nu zijn ze lekker in een hokje gepropt. Want het is de laatste tijd een trend om generatiepartijen te beginnen. Toch lijken ze vaak meer op elkaar dan je op het eerste gezicht ziet. Wat blijkt? Je kunt net zo goed op 50PLUS stemmen als je aansluiten bij G500.

We zien twee ouderen gemoedelijk naast elkaar zitten tegen een pastelkleurige achtergrond. Verder een rustige ogende tekst zonder enige beweging. De site van 50PLUS had net zo goed van een bejaardentehuis kunnen zijn.

De jongerenbeweging G500 pakt het anders aan, op hun site word je gelijk meegetrokken in een flitsend filmpje over voorman Sywert van Lienden. Hippe muziekjes, schreeuwende kleuren en interactieve gadgets. Ook is G500 geen partij waar je op kunt stemmen, maar een beweging die bepaalde speerpunten in de politieke programma’s probeert te krijgen.
En als je goed naar de speerpunten van beiden kijkt, zijn er plots veel overeenkomsten. De hoofdpunten ontleed:

Arbeidsmarkt:
Welja, het lijkt wel of ze elkaars teksten hebben gekopieerd! Kennelijk maakt het starters op de arbeidsmarkt niet uit met welke partij ze meegaan, ze willen precies hetzelfde. Alleen krijg je als je op 50PLUS stemt, ook een paar bejaarde collega’s. Kunnen we hebben, toch?
  • 50PLUS: Starters en ouderen verdienen meer kans op de arbeidsmarkt.
  • G500: Creëer naast flexibele en vaste contracten een eindig vast contract om starters meer kansen te geven op de arbeidsmarkt.

Wonen
Het is best lastig om als starter een woning te krijgen. G500 wil daar verandering in brengen. En wat blijkt? De 50PLUS heeft precies hetzelfde idee. Gelukkig maar, hoeven we als pas afgestudeerden niet onder een brug te gaan slapen.

  • 50PLUS: Voor nieuwe contracten geldt dat de starthypotheek volledig aftrekbaar is, maar dat in de loop van de periode van 30 jaar jaarlijks het aftrekbare deel wordt verminderd.
  • G500: Maak starterswoningen betaalbaar, beperk de hypotheekrenteaftrek en maak het huurrecht flexibeler.

Pensioen
Een hele stap in de tijd, maar stel dat je ooit zo oud wordt dat je een pensioen krijgt. Ben je dan niet beter af bij de 50PLUS? Nee hoor, het maakt niet uit! Ouderen moeten zelf hun pensioenfonds kunnen kiezen.
  • 50PLUS: Het verouderde pensioenstelsel wordt vervangen door een systeem met keuzevrijheid en zeggenschap over het eigen pensioen.
  • G500: Schaf de doorsneepremie af. Geef mensen vrijheid hun eigen pensioenfonds te kiezen en introduceer individuele pensioenrekeningen.

Erfenis
Stel dat je ouders overlijden. Al erg genoeg. 50PLUS wil dan dat je over de erfenis van je ouders geen belasting hoeft te betalen. Hier is G500 het helemaal mee eens. Ze willen de successierechten (dat je belasting moet betalen over een erfenis) afschaffen, in ruil voor het belasten van de overwaarde van huizen van ouderen.
  • 50PLUS: Geen successierechten over de erfenis.
  • G500: Successierechten afschaffen in ruil voor het belasten van de overwaarde van huizen.

Sywert van Lienden, de voorman van G500, legt uit waar deze overeenkomsten vandaan komen.
Waarom lijken de speerpunten van G500 zo op die van de 50PLUS?
‘Wij komen voor iedereen op. Ik wil dat mijn omaatje goede zorg krijgt en zij wil vast ook dat ik een goede opleiding kan doen. In onze beweging draait het om die wederkerigheid.’
Maar waarom zijn er dan zoveel generatiepartijen?
Dat is met de economische druk zo gekomen. Ouderen hebben het gevoel dat ze moeten inleveren en jongeren hebben het idee dat er niks voor ze overblijft. Als het maar lang genoeg regent op een kartonnen doos, klapt hij vanzelf in. De regen is de economische situatie, en de wederkerigheid de kartonnen doos.’
Wat is dan jullie belangrijkste punt wat betreft ouderen?
We willen dat mensen gaan sparen voor de zorg die ze later nodig hebben. Een zogenaamde zorgspaarpot. We willen dat er een premiekorting komt op de zorgverzekering maar dat er wel een zorgpensioen wordt gemaakt. Ik ben 21 jaar en ik weet dat ik over 40 /45 jaar chronisch ziek zal worden. Want iedereen die oud wordt, wordt ook ziek. Daar kan ik nu al voor sparen, anders wordt het zorgsysteem onbetaalbaar.’
‘De ouderen van nu hebben natuurlijk niet kunnen sparen, maar daar hebben we een oplossing voor bedacht. De overwaarde van de huizen zou belast kunnen worden. Daarvan kunnen we dan nu de zorg betalen. We willen ook iets teruggeven door de successierechten af te schaffen. Dan hoeven de kinderen geen belasting meer over de erfenis te betalen.’
Dus ouderen kunnen zich ook bij jullie aansluiten?
Ja hoor. Ons oudste lid is 92 en ons jongste lid is 14. Veel oudere mensen weten dat we er voor iedereen zijn en dat het ons gaat om de kwaliteit van voorzieningen. Sommige ouderen worden samen lid mét hun kleinkind. Het is heel gevarieerd.’
Natuurlijk hebben we de voormannen van beide partijen gebeld. Helaas nam Henk Krol, de nieuwe lijstrekker van 50PLUS, niet op.

Allemansvriend

Rita was mijn allerleukste vriendin. Ze was altijd overal voor in, had de wildste plannen en was doorlopend vrolijk. Ik was verbaasd hoe leuk ze mij vond. Op mijn verjaardag, ik kende haar drie maanden, kreeg ik op een cd een liedje dat ze zelf had ingezongen. Het ging over hoe ik als een zus voor haar was en dat ze me nooit meer kwijt wilde.

Maar een zomer later was onze vriendschap over. Ze verhuisde en vond binnen een uur een nieuwe vriendin om liedjes voor te schrijven. Ze droegen zelfs dezelfde kleren. Kleren die ze lelijk vond toen ze nog met mij bevriend was. Als ze mij tegenkwam knikte ze me lafjes toe. Alsof ik een vage kennis was.

Dat was de eerste keer dat ik kennis maakte met een allemansvriend. Het mens dat graag door iedereen aardig gevonden wil worden en daarom nooit trouw is aan zijn eigen principes.
De tweede allemansvriend die ik leerde kennen: Emile Roemer.

Hij werd bij de SP binnengehaald als de altijd vrolijke oud-leraar. Iedereen mag hem, hij mag iedereen. Roemer was de vriend van de hardwerkende minima, de gehandicapten, arbeidsongeschikten en AOW’ers.
Nu hij zo hoog in de peilingen staat, is er een dilemma. Wie wil regeren moet compromissen sluiten. Maar wie compromissen sluit, moet zijn oude vrienden verraden.

De meeste politici hebben hier veel moeite mee. Ze krijgen bijna niet uit hun strot dat ze een programmapunt laten vallen om te kunnen regeren. En terecht. Duizenden vrienden maken onder valse voorwendselen, dat is best lullig.
Roemer niet, hij vertelt breed lachend dat hij nooit heeft gezegd dat de AOW-leeftijd niet omhoog mag. Met het torentje in het vooruitzicht, heeft hij geen geweten.
Wat hij niet weet is dat zijn achterban hier niet op zit te wachten. Kijk naar wat er met GroenLinks is gebeurd toen zij voor de Kunduz-missie stemden. De achterban is gillend weggerend. Zeker met een partij die nog nooit heeft geregeerd, zoals de SP, is de achterban niet gewend dat er compromissen worden gesloten.

En dan al helemaal niet met zo’n lichtvoetig gevoel als Roemer dat doet. Als een politicus moet toegeven dat er een compromis nodig is, dan is daar een gedragscode voor. Het moet zichtbaar pijn doen, een hoger doel dienen en nooit, maar dan ook nooit, glimlachend worden aanvaard.

Iedereen vindt hem nu nog aardig, maar het gaat gewoon niet werken op de lange termijn.  Als de trend van polarisering doorzet, begeeft Roemer zich op glad ijs. Als hij niet trouw is aan zijn achterban, houdt hij straks niemand meer over.

Als ik hem nu op tv zie, dan denk ik aan Rita. Ik las laatst over haar zoveelste nieuwe vriendengroep op Facebook.
En dan vraag ik me af hoeveel cd’s ze al heeft vol gezongen.

zondag 1 april 2012

Rechtbankverslag: De Travestiet


Rechtbankverslag
Zaak: Verkrachting van een man door een man.
Rechtbank: Meervoudige kamer van de rechtbank in Groningen.
Slachtoffer: een 24-jarige Groninger

De Travestiet
Door Rosa Timmer

Totaal verward had hij de politie gebeld. Tony was wakker geworden in een nachtmerrie. Verkracht in zijn eigen huis. De politie kon niet wijs worden uit zijn woorden. Het was maar een vaag verhaal, iets met een samoeraizwaard en indringers. Hij moest de volgende dag maar terugbellen.

Gek van verdriet stapte Tony onder de douche. Schoon moest hij. Hij werd pas versuft wakker toen het allang aan de gang was. Zijn geslacht was in de anus van een onbekende gestopt. Het had nog een vrouw kunnen zijn, want de persoon bovenop hem had lang haar en oorbellen. Maar ineens zag hij ‘een zaakje hangen.’ Hij valt niet op mannen. ‘Dus toen ik dat zag, ging ik helemaal kapot.’

Tony zegt dat hij zich niet kon verweren, voelde zich gedrogeerd. Op hem ging de man, een travestiet, gewoon door. Ook al probeerde hij duidelijk te maken dat hij niet wilde. Hoe kon iemand denken dat hij wel wilde? Wat moest zijn vriendin nu niet denken?

Dat de politie pas dagen later met hem wilde praten, hielp niet. Het had geen zin meer lichamelijk onderzoek te doen. Na zo vaak douchen vind je niks meer, zeiden ze op het politiebureau.

De officier van justitie: ‘Verkracht in je eigen huis door een travestiet en hem wegjagen met een samoeraizwaard nadat je zelf met een fietsketting bent bewerkt. Wij krabden ons wel even achter de oren bij dit verhaal. Maar soms is de werkelijkheid raarder dan je kunt verzinnen.’ De eis: 24 maanden gevangenisstraf voor de travestiet.

Want, hoe gek het verhaal van Tony ook klinkt, er zijn getuigen. De buurvrouw van Tony heeft inderdaad gezien dat hij met samoeraizwaard naar buiten kwam. Er renden twee mensen voor hem uit. Een andere buurman zag dat één van die twee mensen zwaaide met iets als een kettingslot.

Daarnaast werd er van de verdachte Atja, een Molukse man die aan de beschrijving van Tony voldoet, DNA gevonden in het bed van Tony. Twee volledige matches waren er. Toch zegt Atja nu niks. Behalve dan dat hij niet bij Tony was en dat hij niet snapt hoe zijn oorbellen daar gekomen zijn.

De rechter: ‘Ik ken u nog, u zat ook in dat nare dossier van de grote hiv-zaak.’ Atja was op een van die Groningse feesten geweest waar mannen met aids geïnjecteerd werden en zodoende ook met hiv besmet. Daarom had Tony ook maandenlang aidsremmers moeten slikken, met een half jaar onzekerheid over zijn gezondheid tot gevolg. Die ene avond had een verwoestende uitwerking op zijn leven.

Misschien zwijgt Atja omdat zijn hele Molukse familie op de tribune zit. En omdat eer het allerhoogste goed is in de Molukse gemeenschap.
Maar aan het eind van de zitting breekt Atja ineens: ‘Ik vind het heel erg voor deze meneer, wat er met hem is gebeurd. Heel erg.’ En dan snikt hij nog harder. ‘Maar mijn hele familie is te schande gemaakt.’

Atja is conform de eis veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf. 

vrijdag 23 maart 2012

Diederik Samsom partijleider PvdA

Op 16 maart werd Diederik Samsom door de PvdA-leden verkozen tot partijleider. Met zijn veertig jaar is hij net niet de jongste partijleider, dat was Wouter Bos, maar Samsom blijft een opmerkelijke keus. In 2002 haalde Samsom de Tweede Kamer nog niet eens, nu is hij partijleider. Hoe komt deze langstudeerder en oud-Greenpeaceactivist op deze plek terecht? In de tijdlijn het verloop van de carrière van Samsom.

dinsdag 13 maart 2012

Feeder


Een warm bed, een persoonlijke klaagmuur en elke dag schone sokken. Samenwonen met je grote liefde heeft veel voordelen. Ik weet het, ik ben een gezegend mens. Maar ik stuit op iets minder prettigs dat ik eerder alleen uit vrouwenbladen kende: samenwoonvet.

Het bestaat echt.

En niet zo’n beetje ook. Ik vermoed dat mijn vriend een ‘feeder’ is. Dat is iemand die zijn vrouw vetmest zodat hij haar voor zichzelf heeft (na een paar honderd kilo kun je kennelijk je huis niet meer uit).

Mijn vermoedens zijn gefundeerd. Ik ben zes kilo aangekomen sinds ik met hem hok (bewijs), hij sport niet (dus ik ook niet) en hij haalt de boodschappen waarbij hij er goed op let dat hij niks gezonds in huis haalt. ’s Avonds op de bank zegt hij terloops: “Goh, zouden we nog wat lekkers in huis hebben?” Daarna sprint ik naar de keukenkastjes en openbaart zich daar een complete Jamin. Alleen míjn favoriete snoep natuurlijk. Salmiakballen, chocola en lolly’s.

Na twee zakken kleurstoffen ben ik over het algemeen wel misselijk, maar daar heeft hij een oplossing voor: “Er is nog chips, als je dat eet kun je daarna verder met de salmiak.” Het is een tacticus, hoor. Na de chips heb ik inderdaad weer zin in een stuk of twintig dropjes en zo vreet ik met gemak een kilo snoep per keer op.

Ik word dus echt niet vet door zogenaamde aanleg. Ieder pondje wordt me hoogstpersoonlijk door de strot geduwd. Laatst droomde ik ineens dat ik een gans was en dat ik dwangvoeding kreeg. Geen idee waar dat vandaan kwam.

Maar ik vecht terug. En dat werkt: vorige week hoorde ik een luide schreeuw vanuit de badkamer. “Ik ben vier kilo aangekomen”, riep hij verontwaardigd. Sindsdien koopt hij geen snoep meer. Eindelijk mijn zin.

No way dat ik hem ga vertellen dat ik met de weegschaal heb gerommeld.

Doe-het-zelf-makelaar


“En dit is dus de keuken”, ik wijs trots naar mijn zelfbetaalde fornuis. De kijker kan zijn afkeurende blik niet verbergen als hij de aangekoekte plak ziet. “Ja,” antwoordt hij onhoorbaar. Ondertussen ben ik bang dat de muis nieuwsgierig wordt en sta ik angstvallig hard te stampen. “Het is een mooie houten vloer hè”, zeg ik er maar bij.

Hij moet minstens denken dat ik ADHD heb tegen de tijd dat ik hem de schuur laat zien. Ik zwaai ramen open “ook nog frisse lucht, fijn toch?”, trek overenthousiast aan de wc-hendel “kijk hij spoelt door!” en ga semi-ontspannen in de tuinstoel liggen “heeeerlijk.” Hij fronst een beetje en kijkt me cynisch aan: “Je weet dat het regent?”

Nee, de makelaarsrol is me niet echt op het lijf geschreven. Zodra de mogelijke huurder een geïnteresseerd begint te raken, zeg ik iets achterlijks. Iets als: “Natuurlijk is het wel duur”, waarna de kijker diep in zijn ziel voelt dat het waar is. En laatst had ik helemaal een dieptepunt in mijn verkooptechnieken. Er kwam een betrouwbare jongen langs die dolenthousiast na een paar minuten zei: “Ik neem het!” Het enige dat ik kon uitbrengen: “Weet je het zeker?” Wel heb je ooit zoiets doms gehoord van iemand die een huis probeert te verhuren?

Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan. Joost mag weten waarom ik hersens heb gekregen, ik gebruik ze op cruciale momenten toch niet.

Ondanks mijn slechte verhuurtactiek is het nu gelukt. Er hangen andere gordijnen voor het raam en er staan mannenschoenen in de gang. Er zijn feestjes waar de buren over kunnen klagen en waarbij mensen opnieuw met zijn achttienen op het bed eindigen. Heel veel is er op die plek dus niet veranderd. Maar ik? Ik heb alles achtergelaten voor een nieuw begin. En dat dát echt is wat ik wil, moet ik nu alleen nog even aan mezelf verkopen.

Midlifeman


Ik moet een lans breken voor de midlifeman. Er is zoveel kritiek op ze. Kijk naar de afstraffing die columnist Wim de Jong onderging nadat hij toegaf dat hij er last van had. Hij was een mietje, een slappeling en een zeikerd.

Maar de midlife maakt een man echt niet alleen vervelend, onrustig en chagrijnig. Na de midlife zijn mannen juist leuker dan ervoor. De kunst is om hem net na zijn midlifepiek te veroveren.

Mijn vriend is veertien jaar ouder en kwam vervroegd in de midlife. Hij had tientallen jaren een strenge vriendin, een lelijke Volvo en een rijtjeshuis. Nu heeft hij een sportwagen, hardloopschoenen en een prachtige jonge vriendin: mij.

Natuurlijk wil hij af en toe ineens naar een dancefeest, met 200 km over de snelweg of een stierenkop ophangen, maar dat stoort mij niet. Net zomin stoort het me dat de buitenwereld mij ziet als troffeevrouw. Ik mag dan arm candy zijn, ondertussen zit ik met mijn studentenreetje in een mooi huis met een schoonmaakster. Doe mij dat maar eens na.

Zijn vorige vrouw heeft hem daarbij zo goed voor me opgevoed dat hij zijn eigen blouses strijkt en mijn jurkjes nooit op heter dan dertig graden wast. Het kon minder.

Die ex-vrouw is tegelijk een groot nadeel aan een midlifeman. Zij komt nog regelmatig aan de deur om haar deel van de boedel op te eisen. De eerste keer dat ik de deur open deed vroeg ze bits of ik de nieuwe schoonmaakster was. Ik heb maar ja gezegd.

Natuurlijk zitten er wat haken en ogen aan een midlifer. Maar als ik 's ochtends over de verwarmde vloer naar de douche loop waar hij al een warm handdoekje voor me heeft klaargelegd, kan ik er niet omheen: grijs is ongelofelijk sexy.

zaterdag 24 december 2011

Rechtbank: De donkere man

GRONINGEN- Hij staat plots met ontbloot bovenlijf in de rechtszaal. Woedend. Hij kan er niet over uit wat hier gezegd wordt. “Kijk dan!” roept hij naar de rechter. Wild wijst hij naar zijn borst. “Dit zijn littekens van een steekwond en een operatie.”

Poging tot doodslag staat op het programma in de meervoudige strafkamer op donderdag. Elf jaar vriendschap gone bad is misschien een betere manier om deze gebeurtenis te omschrijven.

Het was al laat. Rick en Jan, twee heren van middelbare leeftijd, hadden al wat gedronken in de woning van Jan. Wel een stuk of tien. En ook nog wat geblowd. Daarover zijn de voormalige vrienden het nog eens.
Daarna volgen verschillende lezingen van wat er gebeurde. Rick wilde wat eten voor zichzelf maken, Jan had daar geen zin in. Eigenlijk moest Rick maar eens opstappen, vond Jan. Een beetje snel ook. Jan: “En toen pakte ik dat mes om mijn woorden kracht bij te zetten.”

Wat er toen gebeurde is voor iedereen vaag behalve voor Rick. “Hij stormde op mij af en drukte dat mes in mijn borst. Het was heel gericht.” Jan: “Ik stond te dreigen maar ik heb niet expres gestoken. Het was een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Ik zou mijn goede vriend dit nooit opzettelijk aandoen.”

Terwijl Rick lag te bloeden, gaf Jan hem de telefoon aan. Om 112 te bellen. Samen bespraken ze nog hoe ze dit uit moesten leggen aan de politie. Een donkere man heeft het buiten gedaan, besloten ze. In het ziekenhuis verklaarde de bloedende Rick zijn wond dan ook met dit verhaal. Maar toen hij een drain in zijn borst moest om het vocht uit zijn longen te laten weglopen werd hij kwaad. Hij besloot het echte verhaal te vertellen. Jan had het gedaan.

De advocaat zegt dat Jan het heel erg vindt dat hij zijn goede vriend kwijt is. Hij snapt nog steeds niet hoe het heeft kunnen gebeuren. Maar een operatie is er niet geweest, dat verklaart de arts ook.
De boosheid loopt op bij Rick. Maandenlang heeft hij gerevalideerd. Moest per dag vier uur in de buitenlucht zitten, diep ademhalend, om zijn longen op te rekken. Een behoorlijk pijnlijk proces. Hij vraagt zich vaak af of zoiets nog een keer kan gebeuren. En nu zegt de advocaat dat het allemaal niet zo erg was.

Hij trekt zijn shirt over zijn hoofd en gaat staan. “Ziet u dit dan niet, rechter?” Zijn eigen advocaat probeert hem te sussen. De rechter: “Zo kunt u niet in de rechtszaal zitten.” Rick doet zijn shirt weer aan. “Wat nou geen operatie”, briest hij nog.

De officier gelooft Jan. Omdat ze samen dat verhaal hadden bedacht van die donkere man. “Dat doe je niet als je weet dat iemand je gericht heeft neergestoken. Opzet kan niet bewezen worden.” De eis: de straf gelijk aan het voorarrest van Jan en een voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van 2 jaar voor als het nog eens misgaat.

Jan heeft het laatste woord. Anders dan de meeste verdachten draait hij zich om en kijkt zijn slachtoffer recht aan. Even is daar een droevige blik, elf jaar vriendschap is niet niks, dan zegt hij:

“Kerel, het spijt me echt verschrikkelijk.”


Dit verhaal werd donderdag gepubliceerd op:  Spot G, de nieuwssite van de Master Journalistiek Groningen

zaterdag 26 november 2011

G-Heugen

“Alles wat jij doet is indrukwekkend.”

Ik slik. Hoe ben ik hier terechtgekomen? Oh ja, ik tikte het woord ‘agenda’ in op mijn zoekfunctie in gmail omdat ik naar een vergadering moest. Ineens staar ik naar een scherm met honderden liefdesmails.
Lenny was een kortstondige liefde. Maar als ik het zo lees hebben we de sterren van de hemel bemind.
“Ik voel vlinders verbaas me over hoe goddelijk mooi je bent. Wanneer zie ik je, heb je nog een gaatje in je agenda?”

Dat soort teksten. In werkelijkheid heb ik twee keer met de jongen afgesproken maar na twintig mails staan de tranen me in de ogen. Toch een beetje onhandig want ik zit op kantoor. En eigenlijk was ik op zoek naar de agendapunten van een bespreking.

Het overkomt me vaker met de moderne technieken. Ik ga door mijn sms’jes omdat ik het nummer van mijn baas zoek en plots staat daar een sexy berichtje van een ex-vriendje, een ruziedialoog met een vriendin of dreigende taal van studiegenoten. Vroeger raakten we liefdesbrieven, emotionele vriendschapsberichten en oorlogsverklaringen gewoon kwijt. Of stopten we ze in een liefdesdoos ergens op zolder. Nu word je zonder enige waarschuwing met diepe emoties uit het verleden geconfronteerd. Alleen maar omdat Gmail zo belachelijk veel opslagruimte heeft en onze telefoons 20.000 berichten kunnen bewaren.

Of wij die obsessieve bewaardrift wel leuk vinden, is ons nooit gevraagd.

Dat ons brein niet alles onthoudt heeft goede redenen. We maken herinneringen mooier, halen de scherpe kanten ervan af of vergeten zelfs hele gebeurtenissen. Daardoor kunnen we bijvoorbeeld een tweede studie beginnen en verhuizen en opnieuw verliefd worden na liefdesverdriet. Ons bestaan hangt er zelfs vanaf: een vrouw die de pijn van haar bevalling zou onthouden, zal nooit meer een nieuw kind willen.
Vergeten heeft dus wel degelijk een belangrijke functie en Gmail respecteert dat niet.
Ik vink de liefdesbrief aan en druk op ‘verwijderen’. Opluchting maakt zich van mij meester.
Nog maar 2653 mails te gaan.

Grote Jongen


“Jullie lijken Occupy wel”, zegt een docent die zich een weg naar zijn kantoor probeert te banen. Ik zit met klasgenoten op de gang. Binnen zit de hoogleraar onze tentamens te bespreken. Omdat er geruchten gaan dat de punten niet goed zijn opgeteld, komen er steeds meer mensen bij zitten. Nu willen we dat tentamen zelf inzien ook.

De hoogleraar zit in tijdnood. Hij zwiept de deur open. “Als jullie hier alleen maar komen om punten op te tellen, kun je weggaan. Dat doen wij wel.”
En wat doe je dan? Ga je dan weg terwijl iedereen weet dat de berekening van de cijfers niet klopt alleen maar omdat iemand met autoriteit wil dat je verdwijnt?
Onze Groninger Occupy’ers wel. Ze begonnen op de Grote Markt te protesteren maar er moest plaats gemaakt voor een muziekfestijn en dus togen ze braaf naar achter het stadhuis. Dat was al belachelijk.
Nu komt er een kerstmarkt en wil burgemeester Rehwinkel ze ook van het Waagplein weghebben. Wat doen de Occupy’ers? Die beloven direct dat ze hun tentjes zullen afbreken. Watjes.

Ze zijn wekenlang genegeerd en net nu er iemand begint tegen te sputteren en klappen ze gelijk de boel weer in. Krijgen ze eindelijk aandacht, gaan ze weg! Ze snappen er echt helemaal niks van. Als Occupy ben je er niet als pleinvulling, je moet de geesten van de mensen bezetten. Zorgen dat ze aan je denken, met je bezig zijn, over je praten. Zodra ze gaan zeggen dat je weg moet, begint het pas.

Het is een protest, geen feestje. Dat ik dat die oude hippies nog moet uitleggen.
 
De hoogleraar staart me cynisch aan. “Het heeft echt geen zin om hier te blijven”, zucht hij. Ik weet genoeg, ik zal dat tentamen inzien, al moet ik hier een week blijven. Het is gewoon mijn recht.  Hele grote jongen die mij van die gang weg krijgt.

woensdag 16 november 2011

Duitsland verslaat Nederland met gemak

Met een 3 -0 nederlaag moest het Nederlands elftal het voetbalveld in Hamburg gister verlaten. Aartsrivaal Duitsland was in de oefenwedstrijd vooral oppermachtig in de eerste helft waardoor het na een half uur al 2-0 stond. Oranje verliest. De aanvallende middenvelder Mesut Özil was de man van de avond.

Ok, Arjen Robben speelde niet mee, Robin van Persie bleef op de bank en Rafael van der Vaart stond ook niet op het veld maar dat is geen vrijbrief om de wedstrijd op zo’n grote teleurstelling te laten uitlopen. De hele wedstrijd ontbrak het Oranje aan creativiteit, veerkracht en snelheid.



De goals
Er was veel mis met de verdediging van ons elftal maar Duitsland speelde ook gewoon prachtig voetbal. Afgelopen dinsdag zei coach Joachim Löw al dat zijn team de oefenwedstrijd bloedserieus nam. "Het publiek kan zich verheugen."

En serieus is nog een understatement voor wat de Duitsers presteerden. Thomas Müller kon geholpen door Miroslav Klose van dichtbij scoren. Later was het de beurt aan Klose die de bal in het doel knalde na een machtige voorzet van Özil. Özil eiste in de tweede helft zijn gloriemoment op en schoot beheerst de drie nul binnen.


Mesut Özil
De hele wedstrijd was Özil de drijvende kracht achter meerdere aanvallen. Zijn virtuositeit en passie compenseerden het gemis van toppers Bastian Schweinsteiger en Philipp Lahm. Maar wat nog het meest opviel was het harmonieuze samenspel van de Duitsers, waar de Nederlanders stuntelden en elkaar niets gunden. Overtredingen uit frustratie waren het gevolg.

Zwaarste nederlaag
Het is dat Duitsland de tweede helft het een beetje rustiger aan deed, anders had de schade groter kunnen zijn. Voor het Nederlands elftal is dit de zwaarste nederlaag sinds 15 jaar. Bondscoach Bert van Marwijk denkt nog eens goed na over zijn tactiek. "We zijn in de breedte kwetsbaar."

zondag 30 oktober 2011

Comeback Kid


Ik schaam mij diep.
Een tijdje geleden schreef ik over Job Cohen. Over dat zijn carrière als fractievoorzitter van de Pvda voorbij zou zijn. Omdat hij hakkelde, geen rust uitstraalde en gewoonweg té genuanceerd was tussen die horken in Den Haag. Het zou niks meer worden.
Dacht ik.
Want de woorden waren nog niet door de drukpers of Cohen begon met een ijzersterke imagoreparatie. Hij maakte van de nood een deugd. Nee, hij is niet hetzelfde als de andere heren op het Binnenhof, vertelde hij. “Want”, zei hij vol trots: “ik ben een beetje on-Haags.” En dan die nieuwe slagzin: “Ik ga tegen de stroom in.” Een beetje gepikt van Rita’s recht door zee-mentaliteit, maar soit. Het werkte voor haar en het is nooit verkeerd de goede dingen van een ander af te kijken. Zo leer je.

Maar het meest opvallende: hij stráált! Alsof Lilianne Ploumen het beste is dat hem ooit is overkomen. Zij heeft hem de grond in gestampt en het lijkt alsof Cohen alleen maar denkt: “Erger kan het niet worden, we kunnen alleen maar omhoog.” En dat is ook zo. Hij werd op dat moment al zo geplaagd door alle kritieken dat we het nu alleen maar moediger vinden dat hij er nog staat.

Dat is een prachtige tactiek, en veel beter dan waarmee hij als grote Messias de partij ingeslingerd werd in 2010. Toen blies de PvdA zo hoog van de toren over Cohen dat het menselijk onmogelijk was om aan dat beeld te voldoen.

Nu staat hij lachend bij de pestkoppen van Powned, houdt een stevig verhaal bij Buitenhof en ademt bovenal een hemels relativeringsvermogen uit. Als ik hem nu op tv zie wil ik mijn excuses wel naar hem schreeuwen, zo erg vind ik het dat ik hem onderschat heb. Want hij is er weer, en sterker dan ooit. And we love a comeback kid.

zaterdag 22 oktober 2011

Autopret


Ik geef het toe: naast zijn charme, looks en rustige uitstraling viel ik ook op de dure sportwagen van mijn vriend. Een prachtige Audi TT.

“Oh zo'n homo-auto?”, zei mijn vader schertsend. Maar toen hij buiten ging kijken stond hij met glimmende ogen bij de wagen. “Een pittig dingetje”, zei hij toen hij met zijn hand over de motorkap streelde.

Sindsdien vond mijn vader het goed dat ik verkering had.

Ik vind het geweldig als vriend mij ergens ophaalt met die vette bak. Trots ben ik dan. Maar het liefst stap ik om de hoek weer uit: ik ben enorm wagenziek.
Het is zo erg dat als de deur opengaat en de geur van dat luxe leer me tegemoet komt, ik spontaan moet kotsen. En dan hebben we nog geen meter gereden.

Het komt allemaal door mijn ouders, die linkse hippies waren en dus nooit een auto hadden. Wij deden alles op de fiets. Van de maandelijkse boodschappen tot een kast van de Ikea, alles werd op de bagagedrager meegenomen. Dus wenden we nooit aan de auto. Alleen in de zomer huurde mijn pa een stationwagen wat resulteerde in een groot drama. Hij reed vrolijk rondjes door de bergen. Mijn broer en ik waren hele vakanties vooroverhangend aan de rand van de weg te vinden. Overgevend. Huilend.

Briljant was dan ook plan van vriend: “Laten we naar Frankrijk rijden!” “Hé fijn, zestien dagen kotsen in de Franse Alpen”, reageerde ik bits. Hij trok een droevig gezicht. “Ik vind het zo leuk om naar Frankrijk te gaan met de Audi.” Ik bel mijn vader voor hem op. Volgens mij heeft hij nog geen vakantieplannen.